Sinds 2025 zijn er uitgesproken vermoedens van financiële bubbelvorming onder onderzoekers, CEOs en journalisten. De investeringen in kunstmatige intelligentie (AI of KI) zouden zich niet lonen en niet leiden tot reële toenames van de arbeidsproductiviteit dan wel economische groei. Wat houdt dit precies in, zou er daadwerkelijk sprake zijn van bubbelvorming, en wat gaan wij daarvan merken?
Wat is een financiële bubbel of zeepbel?
Er is sprake van een financiële bubbel, in het Nederlands ook wel zeepbel genoemd, als de marktwaarde van een asset (aandeel, effect of materieel goed) hoger is dan de inherente waarde van dit asset. De inherente waarde van een goed staat gelijk aan de contante waarde van alle toekomstige geldstromen die aan dit goed toebehoren. Als de marktwaarde van een goed hoger ligt dan de inherente waarde, wordt dit goed dus overgewaardeerd en zal de marktwaarde in de toekomst moeten dalen om de overwaardering te corrigeren. Deze correctieslag kan een financieel pijnlijk proces worden, dit kan leiden tot liquiditeitsproblemen, al helemaal als er geld geleend is om de aankoop van dit goed te financieren en het dus vervolgens ‘onder water’ komt te staan. Een bekend voorbeeld van financiële bubbels zijn de dotcom bubbel, die in 2000 barstte en tot kleine recessies over de hele wereld leidde. Wellicht is het bekendste voorbeeld van een financiële bubbel toch wel de huizenbubbel tussen 2005 en 2008, die leidde tot de grote recessie van 2008. Niet alle financiële bubbels barsten zo spectaculair, maar als de bubbel te lang opgeblazen wordt, kan dit desastreuze gevolgen hebben.
De AI-zeepbel, crisis in wording of massahysterie?
De zogenoemde AI-bubbel zou al enkele jaren opgeblazen worden, denk aan de massale groei van chipfabrikanten als Nvidia of TSMC, maar ook aan het bedrijf achter de chipmachines, ASML. Deze bedrijven zijn erg in trek op de effectenbeurs, en kunnen dus gemakkelijk nieuwe aandelen uitgeven of vreemd vermogen aantrekken. De waarde van Nvidia steeg in oktober 2025 tot boven de 5 miljard en is daarmee significant groter dan het BBP van alle individuele landen in de wereld, behalve de Verenigde Staten en China. Naar schatting bestaat 80% van de totale beurswaarde van de S&P index ondertussen uit bedrijven die zich bezig houden met investeringen in AI. Hierbij hoort wel de veelal weggelaten nuancering dat bedrijven die investeren in AI dit lang niet altijd als primaire verdienmodel beschouwen. Echter fluctueert de waarde van zulke aandeel soms wel erg, en is het aandeel van Nvidia zo een keer op een dag met 17% in waarde gedaald, waarna het de volgende dag weer met 8% steeg. Dergelijk gedrag van beleggers op de effectenbeurs heeft veel weg van speculatie, waarbij de inherente waarde van een aandeel genegeerd wordt, en enkel de waardeschatting van andere beleggers nog relevant is. Echter is er in dergelijke gevallen natuurlijk ook sprake van een selffulfilling prophecy; zodra één derde van de speculanten het vertrouwen in een aandeel verliest, barst de bubbel en verliest het aandeel al haar waarde.
Innovatie van de eeuw of gewoon teleurstellend?
Tegenover enorme groei, staan soms twijfelachtige resultaten. Nvidia, ASML en TSMC presteren naar behoren, maar de productiviteitsgroei waarover veel AI-bedrijven vaak reppen, zo ook OpenAI (van ChatGPT), blijft uit. Volgens het Amerikaanse National Bureau of Economic Research wordt 90% van de investeringen in kunstmatige intelligentie nooit winstgevend, terwijl veel van deze investeringen worden gefinancierd met vreemd vermogen. Dit doet denken aan het productivity paradox, de situatie uit de jaren ’70 en ’80 waarbij grote investeringen en vooruitgang in IT niet leidden tot toenames in de productiviteit of economische groei. Deze periode kende zelfs een sterke economische stagnatie in het Westen, niet geheel anders dan we nu ondergaan. Veel bedrijven doen op dit moment aan AI-washing, waarbij ze kunstmatige intelligentie integreren in bestaande producten of nieuwe producten uitbrengen met AI-functies als selling point. Ondertussen lijkt er op dit moment een publieke desinteresse in producten met geïntegreerde AI-functies en AI-producten te zijn. Het aanbod groeit exponentieel, terwijl de vraag achterblijft.
De belangrijkste zorg omtrent de massale investeringen in AI wordt veroorzaakt door de financieringsstromen. De meeste obligaties die gebruikt worden om AI-investeringen te financieren, hebben de hoogste risico-inschatting, de BBB-waardering. Hierdoor is de risicopremie beduidend hoger, maar in tijden van lage rentepercentages, is zo’n hogere risicopremie goed betaalbaar. Grote delen van de winsten die chipfabrikanten als Nvidia en bedrijven als Google en Samsung maken worden ook geïnvesteerd in het ontwikkelen van kunstmatige intelligentie. Nvidia heeft bijvoorbeeld 100 miljard geïnvesteerd in aandelen van OpenAI; OpenAI koopt van dit geld vervolgens weer chips bij Nvidia, waardoor er een circulaire investeringsstroom ontstaat, die losgekoppeld is van de inherente waarde van deze investeringen. Dit is ook niet het enige voorbeeld waarbij dit gebeurd, en dit creëert dus een zorgelijke dynamiek.
Er zijn echter ook positieve geluiden. Veel fintech bedrijven zeggen productiviteitswinst te ondervinden, terwijl ook Jerome Powell, de voorzitter van de Federal Reserve (Amerikaanse centrale bank), positief staat tegenover de investeringen in AI. Ondanks het doemdenken onder veel economen en analisten wordt er bovendien nog altijd veel geïnvesteerd in AI en staat de ‘bubbel’ dus nog fier overeind. Er lijkt geen einde te komen aan de AI hype, en investeerders zien nog altijd een toekomst in deze technologie. Mogelijk is dit gewoon weer de zoveelste economische crisis die economen voorspellen en nooit daadwerkelijk ontstaat. Economen hebben veel economische crises voorspelt die daardoor nooit zijn ontstaan, maar economen zijn ook gewoon mensen, en niet de positiefste mensen. Economie werd niet voor niets ‘the dismal science’ genoemd.
Misschien is het een bubbel, misschien niet, so what?
We moeten ons natuurlijk ook afvragen of economen niet gewoon weer lekker dramatisch onrust zitten te stoken, maar wat als er écht iets mis is? Als er daadwerkelijk een financiële bubbel is ontstaan, zitten we waarschijnlijk in de kritieke fase. De scepsis groeit, de euforie lijkt voorbij te zijn, en speculanten en investeerders zetten in tégen de bubbel. We zullen dus snel zien of dit alles leidt tot het barsten van de bubbel, en daarmee tot de snelle en blijvende daling in marktwaarde van veel aandelen. Wat er daarna gebeurt, hangt af van de financiering van deze aandelen en de bezittingen van de relevante bedrijven. Als de financiering overwegend bestaat uit eigen vermogen, zal dit mogelijk tot faillissementen leiden, en voornamelijk veel kosten voor beleggers. Dit zou dus zo slecht nog niet zijn; beleggers hebben risico’s genomen en verloren, business as usual. Zo verliep het in 2000 na de dotcom bubbel, het kan pijn doen, het kan een kleine recessie veroorzaken, maar de schade blijft beperkt.
Als de financiering voor een te groot aandeel bestaat uit vreemd vermogen verkeren we wél in een gevaarlijke situatie. Als investeringen op termijn te veel ontwaarden, zou dit kunnen leiden tot faillissementen waarbij schulden niet langer kunnen worden verhaald op de schuldlijdende partijen. Als schulden niet langer terugverdiend kunnen worden door schuldeisers, zouden schuldeisers ook failliet kunnen gaan. Dit zou op termijn leiden tot een groter verlies in de gehele economie, waarbij grote banken gered moeten worden door overheden. Dit is het scenario van de crisis van 2008. De zeepbel was volledig verweven met de reële en financiële economie, en zo raakte het barsten van die gigantische bubbel de economie in de kern. Dit is het absolute doemscenario, en zou tot een grote en zware financiële crisis kunnen leiden, maar er zijn sinds 2008 belangrijke preventieve maatregelen genomen, dus of de risico’s nog steeds zo groot zijn, valt te bezien.
Conclusie: onzekerheid, dus afwachten?
Er liggen dus veel verschillende scenario’s op tafel: misschien is er geen bubbel, misschien zal de bubbel zachtjes barsten, en misschien wordt het een fiasco. Het is nog heel onduidelijk wat de werkelijke waarde van AI zal zijn, en in hoeverre deze juist wordt ingeschat. Het lijkt wel of alles wat ons te doen staat, afwachten is. Dus we kunnen afwachten en toekijken hoe dit alles overtrekt, mogelijk met veel schade aan de economie, mogelijk met grote voordelen voor de arbeidsproductiviteit, of we kunnen ons voorbereiden op de wereld met AI en op een mogelijke financiële crisis. Dat betekent dat we leren werken met kunstmatige intelligentie, en onszelf erover informeren, en toch proberen een soort back-upplan voor de financiële toekomst te hebben. Er is een grote kans op mondiale olietekorten, economische stagnatie, en een hardere arbeidsmarkt waarin AI simpele taken over heeft genomen. Veel van ons zullen dus veiligheid willen kiezen, even geen nieuwe onderneming starten of toch maar een saaiere en veiligere baan zoeken. De economie stagneert, maar er zijn genoeg kansen voor de inventieve afgestudeerde om iets van het leven te maken. Traineeships, een beleggingsrekening starten of bij een startup beginnen; de toekomst kan donker lijken en licht zijn. Dit alles zal overwaaien, het stof zal dalen, en we zullen onze draai moeten vinden in de nieuwe realiteit, ongeacht de aard ervan.











