For the English version, click here Nederland wordt steeds ouder. De totale nieuwe instroom van jongeren op de arbeidsmarkt zal lager zijn dan de totale uitstroom van ouderen die de arbeidsmarkt gaan verlaten. De verwachting is zelfs dat er over 10 jaar maar liefst 400.000 80-plussers méér zijn dan nu. Dit fenomeen wordt vergrijzing genoemd. Het Nederlandse pensioenstelsel: hoe zit dat in elkaar? Voordat de ontwikkeling omtrent de vergrijzing in Nederland wordt besproken, wordt er eerst stilgestaan bij de werking van het pensioenstelsel in Nederland. Het Nederlands pensioenstelsel bestaat uit drie pijlers. De Algemene Ouderdomswet (de 1e pijler), de pensioenopbouw bij de werkgever (de 2e pijler) en individuele aanvullende pensioenvoorzieningen (de 3e pijler). De 1e pijler, ook wel AOW genoemd, dient als basisinkomen om te kunnen rondkomen tijdens het pensioen. Iedereen die in Nederland woont of werkt bouwt automatisch AOW op. De 2e pijler is een aanvullende pensioenopbouw via de werkgever die als aanvullende uitkering bovenop de AOW-uitkering komt. Individuele verzekeringen, zoals lijfrenten en levensverzekeringen, vormen de 3e pijler. Hiermee kan men fiscaal aantrekkelijk sparen voor het pensioen. In het vervolg van dit artikel wordt verder ingegaan op de ontwikkelingen over het toenemende aantal gepensioneerde in Nederland en de gevolgen die dat met zich meebrengt. Oplopende zorgkosten: een causaal verband Het eerste probleem waar we op den duur tegen aanlopen zijn de zorgkosten van ouderen in Nederland. “We hebben nu al een groot tekort aan mensen voor de ouderenzorg. Ondertussen gaat de vraag naar personeel op de arbeidsmarkt verdubbelen”, vertelt Jeroen van den Oever van thuiszorgorganisatie Fundis aan RTL Nieuws. Om dit probleem tegen te gaan zou de overheid in de toekomst meer geld aan de zorg moeten uitgeven. Op dit moment is er vooral in de sectoren zorg, onderwijs, ICT en techniek steeds meer vraag naar personeel [1]. Hieruit kan een causaal verband worden opgemaakt. Doordat er steeds meer ouderen komen, is er meer werk in de zorg. Dit verhoogt de werkdruk. Echter wordt het moeilijker om geschikt personeel te vinden, onder andere doordat de werkzame beroepsbevolking steeds kleiner wordt. “Ouderen zijn groot geworden met het idee van een baan voor het leven, terwijl jongeren zich er sterk van bewust zijn dat ze zichzelf nog een paar keer opnieuw zullen moeten uitvinden” Vergrijzing bij banken Niet alleen in de zorg is er sprake van vergrijzing. De Trouw gaf ruim veertien jaar geleden al aan dat de top van de financiële sector grijs is en alleen nog maar ouder wordt [2]. Onderzoek van de Rabobank kan inderdaad bevestigen dat de gemiddelde leeftijd in de financiële sector het meest is gegroeid de afgelopen jaren. Van 2001 tot en met 2014 is de leeftijd van werknemers in deze sector met ruim 5.8 jaar gestegen. Een verklaring die Leontine Treur, senior-econoom bij RaboResearch Nederland, hiervoor geeft is dat in de financiële sector steeds minder mensen werken en er minder mensen instromen [3]. Vooral de drie grootbanken Rabobank, ABN Amro en ING worstelen met de vergrijzing van hun werknemersbestanden. Gemiddeld is ongeveer de helft van de Nederlandse werknemerspopulatie bij deze banken vijftigplusser. Daarnaast is een verschil in houding merkbaar tussen generaties. Ouderen zijn groot geworden met het idee van een baan voor het leven, terwijl jongeren zich er sterk van bewust zijn dat ze zichzelf nog een paar keer opnieuw zullen moeten uitvinden. Oudere werknemers vinden het lastiger om zich aan te passen aan de toenemende automatisering van de afgelopen jaren. Concrete voorbeelden waar oudere werknemers in het algemeen meer moeite mee hebben dan jongeren zijn onder andere de opkomst van mobiel bankieren en de vernieuwingen in het betalingsverkeer [4]. Ondanks dat ouderen het lastiger vinden om te kunnen voldoen aan de hogere eisen van de toenemende automatisering, zijn ze toch onmisbaar in het werkveld. Een risico is dat veel kennis en ervaring van AOW-gerechtigde werknemers verloren gaat als deze groep besluit om met pensioen te gaan bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Om dit te voorkomen heeft het kabinet Rutte II het mogelijk gemaakt om door te werken na de AOW-gerechtigde leeftijd. In januari 2016 is de wet ‘Wet werken na AOW-gerechtigde leeftijd’ ingevoerd. Deze wet zorgt er onder andere voor dat werkende AOW’ers het recht hebben op het behouden van hun minimumloon, werkgevers niet langer premies hoeven te betalen voor bijvoorbeeld de WW en dat werkgevers maar dertien weken loon hoeven door te betalen mocht de gepensioneerde medewerker uitvallen. Uit onderzoek is gebleken dat deze wet nog niet heeft geleid tot een flinke toename van pensioengerechtigde medewerkers. Daarnaast is er de vraag of deze wet bij de werkgevers in Nederland allemaal bekend is. Wel is de verwachting dat werkgevers in de toekomst meer gebruik gaan maken van deze wet en enkele werkgevers hebben aangegeven al met gepensioneerde medewerkers te werken. Zo kan een gepensioneerde werknemer wisselende uren per week draaien. Mocht deze AOW-gerechtigde medewerker niet meer mee kunnen draaien met de systemen, dan kan hij of zij andere werkzaamheden uitvoeren die toch van meerwaarde zijn voor het bedrijf. Het voordeel hiervan is dat jongeren medewerkers sneller kunnen voldoen aan de verwachtingen van de toenemende automatisering aan werkzaamheden, terwijl gepensioneerde medewerkers indien nodig kennis en ervaring kunnen overbrengen [5]. Er kan worden geconcludeerd dat Nederland erg is vergrijsd en dat de beroepsbevolking de komende jaren alleen nog maar meer zal gaan vergrijzen. Om onder meer de ouderenzorg betaalbaar te houden heeft de overheid in 2016 een wet ingevoerd waar langzamerhand meer werkgevers gebruik van gaan maken. De vraag blijft of werkgevers in de financiële sectoren ook meer gebruik gaan maken van de wet ‘Werken op AOW-gerechtigde leeftijd’. Ondanks dat dit één van de sectoren is waar de vergrijzing de afgelopen jaren het hardst is gestegen, hebben onder andere Nederlandse banken minder personeel nodig omdat de toenemende automatisering veel werk uit handen neemt. Doordat oudere medewerkers meer moeite hebben om zich aan te passen aan de steeds veranderende werkzaamheden door automatisering, ligt het voor de hand dat banken eerder kiezen voor starters om onder andere het personeelsbestand te verjongen. Daarnaast zijn jongeren
CV building: het werkstudentschap
For the English version, click here In je studententijd zit je in de bloei van je leven, je zet belangrijke stappen voor in de toekomst en je bent wellicht bezig met het opbouwen van een mooi cv. Er wordt de laatste jaren echter meer en meer van je gevraagd in je studententijd. Zo is in 2015 al de basisbeurs afgeschaft, waardoor we nu zijn toegewezen op het onszelf in de schulden werken voor een diploma (Zie artikel Ome Duo). Daarnaast verwachten bedrijven steeds vaker dat je je studententijd afsluit met een goed gevuld cv. Daarom heeft de redactie van Faces onderzoek gedaan naar werkstudentschap ervaringen van diverse (oud-)studenten. Dennis Smulders – werkstudentschap PwC Dennis Smulders is derdejaars student Bedrijfseconomie aan de Universiteit van Tilburg. Hij is sinds een jaar werkzaam als werkstudent Assurance bij PwC in Eindhoven. Voor Dennis heeft het werkstudentschap gezorgd voor persoonlijke groei, maar ook voor groei op academisch gebied. “Je leert hoe je dingen professioneel kan aanpakken en hoe het vak van de accountant in elkaar zit. In mijn geval stelde PwC ook een coach voor me aan. Deze coach heeft mij geholpen met het ontwikkelen van mijn professionele vaardigheden en vragen die ik in het algemeen had. Ik heb het als erg positief ervaren om gecoacht te worden door iemand die al een aantal jaar in het vak zit.” Ook merkte Dennis dat hij direct bij het volledige audit proces werd betrokken door PwC. Het directe contact met verschillende klanten maakt het werk extra afwisselend. “Het is erg leuk om samen met de klant te discussiëren en te zoeken naar oplossingen voor boekhoudkundige vragen. Hierdoor krijg je een goed beeld van bedrijven binnen meerdere sectoren.” Een goede planning tijdens de combinatie van je studie en werkstudentschap is wel van cruciaal belang. “Hierdoor voorkom je dat je dubbele dagen moet draaien als de studielast wat meer is. Gelukkig word je hierin ook goed gecoacht.” Verder wil Dennis meegegeven aan studenten om zoveel mogelijk met de recruiters te praten op Asset evenementen. “Ze staan open om je te informeren over het bedrijf en de mogelijkheden. Ik zou zeggen: Geef het een kans!” Ella Boerkamp – werkstudentschap BDO Ella Boerkamp is momenteel student MSc Accountancy aan de Universiteit van Tilburg en werkzaam als werkstudent op de Audit & Assurance (A&A) bij BDO. Daarnaast is Ella tijdens haar bachelor werkzaam geweest als werkstudent Bureau Vak Techniek (BVT) bij BDO. Zij startte dit werkstudentschap tijdens het tweede jaar van haar bachelor en vindt dit een perfect moment om te starten. “Het is makkelijk te combineren met je studie. Je kunt zelf je dagen inplannen van 4 of 8 uur. Daarnaast ligt BDO praktisch naast de universiteit, dus voor of na een college kon ik inplannen om die dag 4 uur te werken.” Na haar werkstudentschap is Ella tijdens het begin van haar master overgestapt naar de afdeling A&A bij BDO. “Zelf ervaarde ik deze overstap als zeer prettig. Bij A&A mag ik volledige controlewerkzaamheden uitvoeren die een beginnend accountant ook doet. Het is een perfecte mogelijkheid om praktijkervaring op te doen naast je bachelor of master. Ook kan het werkstudentschap je helpen bij de keuze of je wél of geen Post-Master Accountancy wilt gaan doen.” Als tip voor huidige bachelorstudenten geeft Ella het volgende mee: “Het doen van een werkstudentschap is erg leerzaam en je maakt vroeg kennis met het bedrijfsleven. Je loopt naar mijn inziens zeker voor op andere studenten als je een werkstudentschap hebt gedaan!” “De kennis die je opdoet in een dergelijk werkstudentschap komt niet in academisch format voor en zorgt voor een wederkerend effect op je motivatie voor je studie.” Luc van den Tillaart – werkstudentschap Deloitte De volgende die zijn ervaringen met ons deelt is Luc van den Tillaart, momenteel Staff Audit bij Deloitte. Begin februari 2019 startte hij met een 5 maanden durend werkstudentschap bij zijn huidige werkgever Deloitte. “Ik werkte 3 dagen in de week mee in de auditpraktijk. Ik voerde dezelfde werkzaamheden uit als een starter en heb bij veel verschillende soorten bedrijven en organisaties mee kunnen kijken, wat het werk erg gevarieerd maakte. Doordat je écht meewerkt krijg je een veel beter beeld van wat een accountant doet dan wanneer je alleen colleges volgt. Je bent volwaardig onderdeel van het team.” Luc startte het werkstudentschap ten tijde van zijn master en benadrukt ook dat volgens hem de beste periode om een werkstudentschap te starten: “Aan het eind van je bachelor of tijdens je master is. Op dat moment krijg je écht goed beeld van de werkzaamheden en je kunt je kijken of het echt iets voor je is”. Hoewel een nadeel is dat het werken naast je studie redelijk druk kan zijn, zou Luc het zo over doen. Als tip aan andere studenten geeft hij: “Probeer je zo goed mogelijk te oriënteren tijdens je studie wat je wilt gaan doen. Dit kun je vooral doen door evenementen te bezoeken. Via deze evenementen kom je in aanraking met medewerkers van accountantskantoren. Probeer daarnaast ook van je studententijd te genieten!”. Stan Paau – werkstudentschap Rabobank Als werkstudent op het Hoofdkantoor van Rabobank aan de Croeselaan, in hartje Utrecht, doet Stan Paau zijn eerste ervaringen binnen het bankwezen op. Dit bij de afdeling Wholesale binnen de Coöperatieve Rabobank. “De kennis die je opdoet in een dergelijk werkstudentschap komt niet in academisch format voor en zorgt voor een wederkerend effect op je motivatie voor je studie. Daarnaast kun je je opgedane kennis in een interessante context plaatsen en meer te weten komen over de recente ontwikkelingen op de kapitaalmarkten en de vormen van financieren”. Als andere voordelen benoemt Stan het significant uitbreiden van je netwerk en de goede oriëntatie op hoe een startersfunctie eruit kan komen te zien. Als groot nadeel benoemt hij dat de combinatie van werk en studie niet voor iedereen werkt; “Het is flink aanpoten. In de flexibele functie die mij aangeboden is, is het echter mogelijk tijdens tentamenperiodes minder te werken, mits dit in de rustigere periodes wordt ingehaald”. Ten
International Helsinki Days – Jouw kans om het Scandinavische zakendoen en studentenleven te ontdekken
For the English version, click here In februari heb ik deelgenomen aan de International Helsinki Days (IHD) 2020. IHD is een jaarlijks evenement georganiseerd door Finse studenten van Hanken School of Economics, een toonaangevende Finse universiteit gelegen in de hoofdstad Helsinki. Studenten van over de hele wereld met verschillende studieachtergronden worden uitgenodigd om deel te nemen aan dit evenement, wat volledig draait om de Scandinavische (ook wel ‘Noordse’) manier van zakendoen en het Finse studentenleven te ontdekken. Dit artikel beschrijft wat men kan verwachten van de International Helsinki Days en gaat dieper in op het Noordse model, inclusief een interview met student ondernemer Robin Borgström en zijn bedrijf PALS. The Nordic Model Het onderwerp van de voornaamste casus van de week was het Noordse Model. Kort uitgelegd betekent dit een combinatie van het kapitalistische systeem dat men kent in Westerse landen met een hoogwaardig stelsel van sociale voorzieningen. Dit model is uniek in de wereld en is gebruikelijk in Finland, Zweden, Noorwegen en Denemarken. Voor velen wordt het gezien als een perfect voorbeeld voor economische kansen en gelijkheid tussen mensen in de maatschappij. Er zijn vier pijlers waarop dit Noordse model is gebouwd. Deze zijn vertrouwen, gelijkheid, sociale zekerheid en welvaart. Scandinaviërs hebben een hoge mate van vertrouwen in hun overheden omdat deze overheden stelsels creëren die iedereen ten goede komen. Deze stelsels leiden tot gelijkheid en sociale zekerheid, met een hoog welvaartsniveau tot gevolg. Dit verklaart bijvoorbeeld waarom Scandinavische studenten geen collegegeld moeten betalen, of waarom Zweedse ouders recht hebben op 240 dagen ouderschapsverlof na de geboorte van hun kind. Uiteraard heeft dit Noordse model te maken met uitdagingen voor de toekomst. Er wordt getwijfeld aan de duurzaamheid van het model, onder andere vanwege de vergrijzende populatie die meer druk legt op de jongere generatie belastingbetalers. In een wereld waar het gat tussen arm en rijk groter wordt en waar sociaal-economische uitdagingen toenemen, is het echter zo dat veel landen een voorbeeld kunnen nemen aan dit Noordse model om zodoende hun eigen maatschappijen te verbeteren. Interview met student ondernemer Robin Borgström Om praktisch inzicht te verschaffen in het Noordse model en meer specifiek de relatie van dit model met ondernemerschap in Scandinavische landen, heb ik Robin Borgström geïnterviewd. Hij is een student van Hanken School of Economics en mede-oprichter van het bedrijf PALS. Zou je jouw bedrijf PALS kunnen omschrijven? “PALS is gespecialiseerd in inkoop, merkpositionering en promotieproducten voor onze klanten. Onze klanten omvatten alle bedrijven en variëren van beursgenoteerde bedrijven tot cafés. We praten met de klant en beslissen samen welke merkproducten goed bij hun merk zouden passen. Hierna zorgen wij ervoor dat bedrijven de producten ontvangen die ze willen.’’ Zie jij het bovengenoemde Noordse model als ondersteuning voor een ondernemer in Finland? “Absoluut. Vooral wanneer je jong bent en nog studeert geeft het systeem je de vrijheid om je dromen te verwezenlijken naast je studie. Naast dat je gratis kunt studeren, ontvangt een student die een eigen appartement heeft maandelijkse financiële overheidssteun van enkele honderden euro’s (zo lang zijn/haar inkomen niet hoger is dan 700 euro per maand). Dit is een fantastisch veiligheidsnet voor een beginnend ondernemer. Uiteraard betekent dit niet dat iedereen de kans grijpt om ondernemer te worden. De mogelijkheden zijn echter goed,, en we hebben ook een zeer gezonde gemeenschap van ondernemers in Finland. Ondernemer zijn is iets wat mensen respecteren en vanwege evenementen zoals Slush (een vooraanstaand startup- en tech-evenement) zijn er meer en meer jonge mensen in Finland die hun eigen bedrijf starten.’’ “Het is goed om te herinneren dat de meeste ondernemers de fantastische reis zijn gestart zonder ook maar iets. Neem de sprong, duik in het diepe en begin met leren.’’ Wat raad je iemand aan die een eigen bedrijf wil starten, maar niet de Scandinavische voordelen ervaart? “Ik denk dat het belangrijkste is om te starten. De grootste valkuil is om alleen na te denken over het idee, maar het niet uit te voeren. Daarnaast is het een verspilling van kostbare tijd om het idee of product te verbeteren zonder het daadwerkelijk uit te brengen naar echte klanten. Hiervoor beveel ik het boek Lean Startup aan, geschreven door Eric Ries. Het belang om hulp te vragen is iets wat ik niet voldoende kan benadrukken. Als je iets niet weet, vraag het dan. Door om hulp, advies of steun te vragen, zal je veel leren en hopelijk pijnlijke fouten voorkomen. De voordelige omstandigheden die we in Finland hebben zijn fantastisch, maar als deze omstandigheden er niet zijn is dat geen reden om af te zien van het beginnen van een eigen bedrijf. Het is goed om te herinneren dat de meeste ondernemers de fantastische reis zijn gestart zonder ook maar iets. Neem de sprong, duik in het diepe en begin met leren.’’ Activiteiten tijdens de International Helsinki Days De organisatoren van IHD 2020 hebben het uitstekend gedaan door een interessante reeks aan bedrijven te selecteren die we hebben bezocht. De casus betreffend het Noordse model werd voorzien door Miltton Group, een bekend marketing- en communicatie kantoor dat advies verstrekt aan onder andere Scandinavische beursgenoteerde bedrijven die internationaal opereren. Een bezoek aan Nordea, een van de grootste banken van Scandinavië, leerde ons meer over cybersecurity en de manier waarop banken zichzelf kunnen beschermen tegen bedreigingen op dit gebied. Daarnaast hebben we ook bedrijfspresentatie van Volvo bijgewoond en zijn we meer te weten gekomen over de ondernemerswereld in Finland. Naast het bezoeken van bedrijven, casussen maken, en formele mogelijkheden zoals netwerken, was er ook voldoende tijd beschikbaar voor minder formele activiteiten. Iedere avond van de week bestaat uit een verschillend programma wat bedoeld is om betrokken te raken bij de Finse studentencultuur. Ik kan je persoonlijk verzekeren dat de Finnen weten hoe ze hun studentenleven tot het uiterste kunnen leven. In totaal waren er vier avonden waarop er een ‘Sittning’ plaatsvond, een Zweeds woord wat ik zou vertalen als ‘zitting’. Een ‘Sittning’ is vergelijkbaar met een biercantus zoals die wij in Nederland kennen (en net zo gek), maar er is naast
Een bestuursjaar als Treasurer van Asset | Accounting & Finance – Bo Janssen
For the English version, click here Als Treasurer is Bo verantwoordelijk voor de financiën van Asset | Accounting & Finance. Daarnaast coördineert ze de Activiteiten, Alumni, CityTrip en Investment Night commissie. In dit artikel vertelt Bo wat haar functie inhoudt en hoe zij een jaar als Treasurer van Asset | Accounting & Finance ervaart. Waarom heb je ervoor gekozen om een bestuursjaar bij Asset | Accounting & Finance te gaan doen? Toen ik begon met studeren, vond ik het jammer dat ik hier nog niet zoveel mensen kende. Daarom ben ik naast mijn Bachelor Bedrijfseconomie, actief geworden bij Asset. Ik ben begonnen met een commissie bij Asset | Marketing en omdat dit mij goed beviel ben ik ook bij Asset | Accounting & Finance (A&F) actief geworden. Omdat ik het hier goed naar mijn zin had en graag wat dingen naast mijn studie wilde doen om mijn CV een boost te geven, heb ik wel vaker nagedacht over een bestuursjaar. Hoewel ik mijn keuze voor mijn master nog niet helemaal gemaakt had, leken Accountancy en Finance mij erg interessante vakgebieden. Om me beter te oriënteren op welke master ik wilde gaan doen en om in contact te komen met bedrijven in deze sectoren, heb ik ervoor gekozen om te solliciteren als penningmeester voor het bestuur van A&F. Hoe ziet je jaar eruit en hoe bevalt het? Het voelt alsof dit jaar echt voorbij vliegt en als ik terugkijk heb ik al super veel leuke dingen mogen doen. In april begon de sollicitatieprocedure voor de zomerfuncties. Toen ik eenmaal wist dat ik de nieuwe penningmeester zou worden, kon de bekendmaking voor mij niet snel genoeg zijn en vond ik het ook best moeilijk om mijn plannen voor komend jaar geheim te houden. Na de bekendmaking begon de overdrachtsperiode waarin ik leerde welke taken ik als penningmeester dit jaar mocht gaan vervullen en hoe ik dit moest doen. Omdat veel Asset besturen in de zomer wisselen, zit je gelijk met een hele nieuwe groep in gebouw E. Tijdens de Announcement en CoBo periode leer je deze andere bestuurders ook kennen, wat zorgt voor een leuke sfeer op de kamers. Toen ik in de zomer aan mijn bestuursjaar begon, was ik samen met de StudyTour commissie nog druk bezig met het organiseren van onze reis naar Zuid-Korea. Met de start van mijn functie kwamen er allerlei nieuwe dingen op me af en vroeg ik me af of ik alle taken goed naast elkaar kon blijven doen. Uiteindelijk bleek dit geen probleem te zijn en was het zelfs wel handig dat ik als penningmeester overzicht had van de uitgaven en het gebruik van de bankpassen op de StudyTour. Al moest ik daarbij wel opletten dat ik de pas van A&F en mijn eigen pas goed gescheiden hield. Na een aantal maanden werd er in onze wekelijkse bestuursvergadering al gesproken over nieuwe bestuursleden. Voor mijn gevoel waren wij pas net begonnen, dus was ik hier nog helemaal niet mee bezig. Ik vond het dan ook een gek idee om te gaan kijken naar een nieuwe lichting waarmee wij in ons tweede halfjaar een bestuur zouden gaan vormen. Nu we met drie nieuwe bestuursleden weer begonnen zijn, merk ik helemaal hoe snel zo’n jaar voorbij gaat. De helft van dit jaar zit er alweer op, wij zijn ineens de “oudere” lichting en binnenkort gaan we alweer opzoek naar onze opvolgers. Toch vind ik deze halfjaarlijkse wisseling erg leuk. De nieuwe lichting brengt weer frisse energie met zich mee en zo ben ik ervan overtuigd dat we er nog een leuk half jaar van gaan maken! Wat zijn jouw taken als penningmeester en hoe ziet je gemiddelde dag eruit? Als penningmeester houd je je bezig met de financiële situatie en administratie van de vereniging. Om dit goed te kunnen doen, moet je goed communiceren met je medebestuurders en de penningmeesters van de verschillende commissies. Als penningmeester zit je ook elk kwartaal samen met de Kascontrole Commissie. Zij controleren jouw boekhouding en adviseren je over de financiële zaken van de vereniging. Deze verscheidenheid aan taken maakt het moeilijk om een standaard dag te beschrijven. Iets wat wel elke dag terugkomt is mijn takenlijstje. Aan het begin van de week maak ik altijd een lijst met dingen die ik de komende week wil gaan oppakken en meestal begin ik de dag dan ook met het oppakken van de dingen die ik hier opgeschreven heb. Wat heb je tot nu toe geleerd van je bestuursjaar? Naast de taken die ik als penningmeester heb, coördineer ik natuurlijk ook nog een aantal commissies. Ik vind het hartstikke leuk om samen met de commissies te denken over de evenementen die we organiseren en hiernaartoe te werken. In dit enthousiasme merk ik echter dat ik het soms ook lastig vind om de commissies alleen te coördineren en niet zelf wat taken op te pakken, maar hier probeer ik steeds beter mijn balans in te vinden. Doordat je met verschillende dingen bezig bent, heb je meerdere taken die tegelijkertijd lopen. Om deze verschillende taken lopende te houden, moet je hier een goed overzicht van hebben. Ik vind het daarbij belangrijk om nog gewoon mijn eigen dingen te blijven doen naast mijn bestuursactiviteiten. Hoewel het soms best pittig kan zijn om je tijd goed te verdelen, merk ik dat ik hier steeds beter in word. Daarnaast ben ik er op dit moment nog niet helemaal uit welke master ik ga doen. Hoewel ik dacht zeker te zijn van mijn keuze, ben ik hier toch over gaan twijfelen. Wat dat betreft, ben ik dus blij dat ik de keuze voor mijn master nog een jaartje heb uitgesteld en dat ik dit jaar goed heb kunnen kijken naar wat me nu echt interessant lijkt. De evenementen die A&F organiseert hebben mij hier enorm bij geholpen. Op deze manier ben ik in contact gekomen met verschillende bedrijven en heb ik een veel beter idee gekregen van de mogelijkheden. Waar ben je tot nu toe het meest trots op?
Working at PwC
For the English version, click here Mijn naam is Steffie Nuijts, ik ben 23 jaar oud en woon in Tilburg. Ik werk sinds september 2018 als Associate Accountant bij PwC, waar ik daarvoor ook mijn afstudeerscriptie heb geschreven. Daarnaast ben ik bezig aan de Post-Master Accountancy aan de Universiteit in Tilburg. Na in 2014 mijn VWO-diploma gehaald te hebben, besloot ik om Bedrijfseconomie te gaan studeren in Tilburg. Ik ging op kamers en werd lid van een studentenvereniging en een dispuut. In die tijd wist ik nog totaal niet wat voor een baan ik wilde, ik wist alleen dat ik iets in het bedrijfsleven wilde doen en dat ik goed was met cijfers. Ondanks het drukke studentenleven ging de bachelor Bedrijfseconomie me goed af en na een semester in Sydney te hebben gestudeerd kwam het moment dat ik een Master moest gaan kiezen steeds dichterbij. Ik nam deel aan verschillende evenementen van A&F en de EBT en leerde zo de verschillende studierichtingen en bedrijven beter kennen. Samen met een vriendinnetje gaf ik me op voor het PwC Women’s Event in Amsterdam en dit was de eerste kennismaking met PwC en de zo kenmerkende cultuur binnen PwC.Op het evenement leerden we zowel werknemers als recruiters kennen en raakte ik aan de praat met mensen die me precies konden vertellen wat een baan in de Accountancy inhoudt en wat je ervan kunt verwachten. Ik hield contact met één van de mensen die ik daar leerde kennen en niet veel later had ik gesolliciteerd voor een scriptiestage bij PwC in Eindhoven. ”Ik wist al vrij snel dat ik bij een Big-4 kantoor wilde werken, omdat je hier enerzijds veel mogelijkheden krijgt aangeboden om te leren en er anderzijds ook veel doorgroeimogelijkheden zijn.” Tijdens mijn scriptiestage bij PwC leerde ik veel mensen kennen die ik nu mijn jaargenoten mag noemen. Wat me opviel tijdens mijn stage was de informele sfeer op kantoor; dit trok mij heel erg aan. Na mijn stage besloot ik dan ook om bij PwC aan de slag te gaan. Waarom PwC? Ik wist al vrij snel dat ik bij een Big-4 kantoor wilde werken, omdat je hier enerzijds veel mogelijkheden krijgt aangeboden om te leren en er anderzijds ook veel doorgroeimogelijkheden zijn. De keuze voor PwC is uiteindelijk een gevoelskwestie geweest. Ik matchte met de mensen die ik had leren kennen tijdens mijn scriptiestage en de sfeer en cultuur waren wat ik hoopte te vinden in mijn toekomstige baan. Mijn eerste jaar bij PwC In september 2018 begon ik dan echt als Associate aan de Assurance praktijk bij PwC in Eindhoven. Je start meteen met een twee weken durende introductie waarin je al je jaargenoten, van zowel je eigen kantoor als alle andere PwC kantoren in Nederland leert kennen. Naast het feit dat je hier heel veel leert, leer je ook je nieuwe collega’s meteen kennen op een heel informele manier. Deze twee weken zijn ook de start van de zogenaamde Associate Acadamy: een 2-jarig opleidingsprogramma waar je jezelf aan de hand van een coach, veel werkervaring, interne trainingen en social events goed kunt ontwikkelen. Na de soms toch wel beangstigende verhalen over het werken bij een Big-4 kantoor was ik vooral bang dat ik de leuke dingen uit het studentenleven nu voorgoed moest missen. Het tegenovergestelde was echter waar. Natuurlijk wordt er zo nu en dan hard gewerkt, maar ik hou genoeg tijd over voor mijn drukke sociale leven en er worden ook heel veel leuke evenementen georganiseerd door PwC. Zo ben ik afgelopen jaar met PwC op skireis geweest, worden er regelmatig uitjes, borrels en sportevenementen georganiseerd voor het hele kantoor en is het kerstfeest altijd een groot succes. Daarnaast is de band met je jaarlaag, mede door de Associate Academy, erg hecht. Op vrijdag na college wordt er regelmatig samen geborreld en gaan we samen stappen na een drukke periode op de universiteit of werk. Mijn tips voor studenten Wat ik jullie als student vooral wil meegeven: oriënteer je breed! Ga naar zo veel mogelijk evenementen die worden georganiseerd en leer de organisaties die jou aanspreken kennen. Praat met mensen die er al werken en vraag om meningen. En ten slotte: volg je gevoel!
Werken op de Zuidas alleen voor de echte carrièretijger?
Wat is de Zuidas? De Zuidas, gelegen in Amsterdam, is het grootste zakendistrict van Nederland. Over dit zakendistrict wordt wel eens het beeld geschetst dat werken op de Zuidas betekent dat het sociale leven wordt stilgezet om zo de echte top te bereiken. Voor dit artikel zijn meerdere interviews afgenomen bij personen die zowel op de Zuidas als op andere plekken hebben gewerkt om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de huidige werksfeer. Om volledig eerlijke antwoorden te krijgen, blijven de geïnterviewde personen anoniem. Degenen met wie het interview was afgelegd, identificeerden het bedrijf waar zij werken allen in het midden van het spectrum qua bedrijven op de Zuidas. In dit artikel is gekeken naar de gemiddelde werkweek, hoe om te gaan met de hoge werkdruk en wanneer de Zuidas bij iemand past. “Vaak is het vroeg beginnen en laat eindigen.” Hoe ziet de gemiddelde werkweek eruit? Het eerste antwoord dat ik kreeg over een gemiddelde dag was: “Vaak is het vroeg beginnen en laat eindigen. Soms moet er nog even iets worden afgemaakt, waardoor je langer op kantoor zit. Of er is een keer een vroege meeting, waardoor je al om half 8 op kantoor bent.” Toch is het lastig te zeggen hoe een gemiddelde werkweek op de ‘as’ eruitziet. Het ligt er allereerst aan bij wat voor bedrijf je zit (bank, consultancy, etc.). Voor een consultancybureau betekent het vaak dat je maandag t/m donderdag voor een klant een opdracht doet en vrijdag op kantoor zit. Uren kunnen ook erg verschillen. In een rustige week zal het 40-45 uur zijn, een drukke week neigt meer naar de 50-60 uur. Per sector kan het tevens variëren. Bij een bank zijn er genoeg afdelingen waar mensen maar 40 uur werken, maar er zijn ook afdelingen (zoals M&A) waarbij je vaker ‘s avonds op kantoor eet dan thuis. “Het advies luidt: “Blijf actief, ga doordeweeks lekker uiteten en blijf in het weekend leuke dingen doen.” Hoe om te gaan met de hoge werkdruk? Doordat het lange dagen zijn op de Zuidas en de vrijdagmiddagborrel vaak nog lang doorgaat, ben je enorm veel met werk en collega’s bezig. Hierdoor zal je doordeweeks minder tijd hebben voor sociale activiteiten. Een gerucht van de Zuidas is dat er veel drugsgebruik heerst om zo het werkleven beter vol te kunnen houden. De geïnterviewde personen gaven allen aan dit tijdens werktijd niet te ervaren, maar dat is wel wat anders als je op vrijdagavond naar een kroeg op de Zuidas gaat. Daar gebeurt het een stuk meer. Daarnaast zijn er veel deadlines, waardoor je soms even door moet halen. Voor de meesten op de Zuidas, zeker starters, zullen dagen in het weekend echter wel echt vrije dagen blijven. Naarmate je hogerop komt, kan het zijn dat je zo nu en dan in het weekend moet werken. Door deze hoge werkdruk kan er veel stress ontstaan met als gevolg dat je minder energie hebt voor sociale activiteiten. Zeker bij hectische weken waarbij je naast werk alleen wilt uitrusten. Het beste wat je kunt doen om het werk goed vol te houden, is proberen niet alleen maar met het werk bezig te zijn. Je kunt niet zoals in de studententijd doordeweeks veel biertjes doen met vrienden, maar het advies luidt: “Blijf actief, ga doordeweeks lekker uiteten en blijf in het weekend leuke dingen doen.” Is de Zuidas wat voor jou? “Het is belangrijk dat je ambitie hebt, veel wilt leren en zelfverzekerd bent.” De ene persoon vindt het niks om zoveel te werken en de ander vindt de competitiviteit het mooiste wat er is. Persoonlijk denk ik dat ik in het begin van mijn carrière veel uren wil draaien om dan later rustiger aan te doen, wanneer je bijvoorbeeld aan kinderen wilt beginnen. Ik denk echter niet dat het ooit echt rustig zal worden. Op de Zuidas moet je zeker laten zien dat je goed bent. Je moet hard werken en veel verantwoordelijkheid op je nemen. Soms zijn de dagen wat langer, maar als gevolg zijn de beloningen vaak ook groter dan bij andere bedrijven. “Het is over het algemeen druk maar niet ondraaglijk. Het zal echter niet voor iedereen geschikt zijn.” De vooroordelen die men vaak heeft over de Zuidas blijken in de huidige praktijk dus vaak niet zo heftig als men denkt.