For the English version, click here Duurzame investeringen hebben in de afgelopen decennia steeds meer terrein gewonnen binnen de financiële wereld. Zodra een bedrijf als ‘groen’ wordt bestempeld, lijkt de gemiddelde investeerder een stuk eerder bereid te zijn hier kapitaal in te steken. Al jarenlang is op dit gebied een stijgende trend te zien. Ondanks het opkomende coronavirus, staken beleggers in de eerste drie maanden van dit jaar wederom meer geld in duurzame beleggingsfondsen. Maar zijn al deze bedrijven wel zo duurzaam als ze zich voordoen, of is dit een schijn die hoog gehouden wordt om op deze manier meer investeerders aan te trekken? Eerder publiceerde Faces Online een artikel over wat duurzaam beleggen precies inhoudt, dit artikel kunt u hier teruglezen. De opmars van het duurzaam investeren De wortels van het duurzaam beleggen stammen uit de jaren ‘80, waarin de opkomst van sociaal verantwoord investeren de wereld van financiële instrumenten opschudde. Echter, pas rond 1995 begonnen investeerders ESG-factoren (environmental, social en governance) in hun besluitvorming te integreren. In de huidige eeuw is het duurzaam beleggen alleen nog maar verder toegenomen. Investeerders zoeken klaarblijkelijk meer en meer naar bedrijven die de tand des tijds kunnen doorstaan. Hiernaast worden groene investeringen ook meer en meer gebruikt als middel dat dient tot portfolio diversificatie. De opwaartse trend van duurzaam beleggen valt duidelijk af te lezen uit de exponentiële groei aan uitgifte van zogenaamde ‘Green Bonds’ door de Europese Investeringsbank (EIB). Deze uitgifte is in vier jaar tijd bijna vervijfvoudigd, van €38 miljard in 2015 tot bijna €175 miljard in 2019 [1]. Twee weken geleden kondigde de Europese Commissie in haar jaarlijkse beleidsvisie, de zogenoemde ‘State of the Union’, aan dat er voor maar liefst €225 miljard aan nieuwe Green Bonds zal worden uitgegeven [2]. Hiernaast wordt momenteel 20% van het totale vermogen onder beheer gebruikt voor ESG-investeringen [3]. Greenwashing Toch is er vaak kritiek binnen de duurzame beleggingswereld. Milieubewustheid is een enorm breed concept en hierdoor niet met één enkele maatstaf te meten. Door de toenemende belangen voor de milieubewustheid van een bedrijf, bleken sommige corporaties dit groene label te verkrijgen door zich voor te doen als duurzaam bedrijf. In werkelijkheid droeg de kern van deze bedrijven eerder bij aan de vervuiling van het milieu in plaats van het beschermen ervan. Dit concept, de onterechte duurzaamheidsclaim van bedrijven, wordt ook wel ‘Greenwashing’ genoemd. “Doordat er geen eenduidige meting van de duurzaamheid van een bedrijf is, maakt het de externe verificatie van deze duurzaamheidsfactoren door een eventuele accountant of controleur extra gecompliceerd. “ Greenwashing wordt gezien als een sigarettenfabrikant die een eenmalige liefdadigheidsdonatie aan longkankeronderzoek doet, met als doel het verkrijgen van een bepaald ‘Charity Label’, terwijl de kern van het bedrijf juist een van de hoofdoorzaken van het probleem is. Een cruciale factor om greenwashing tegen te gaan is transparantie vanuit bedrijven en controle door onafhankelijke derde partijen. Transparantie wordt vaak geassocieerd met de hoeveelheid en kwaliteit van de data die kenbaar wordt gemaakt. Het probleem hierachter is echter dat er geen gouden standaard bestaat met betrekking tot data-uitgave. Te weinig publieke data kan ertoe leiden dat er informatie achtergehouden wordt, terwijl bij een overvloed aan vrijgegeven informatie het juist zoeken wordt naar een speld in een hooiberg. Naast de hoeveelheid, is de kwaliteit van de data essentieel. Uit onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) blijkt dat er te weinig (gestandaardiseerde) niet-financiële informatie wordt vrijgegeven door beursgenoteerde bedrijven [4]. Daarnaast staat de koppeling tussen groene doelstellingen en kwantificeerbare KPI’s nog in de kinderschoenen. Doordat er geen eenduidige meting van de duurzaamheid van een bedrijf is, maakt het de externe verificatie van deze duurzaamheidsfactoren door een eventuele accountant of controleur extra gecompliceerd. Naast greenwashing door bedrijven zelf, worden tegenwoordig ook beleggingsfondsen in twijfel getrokken. Doordat duurzaam investeren een dusdanig breed begrip is, integreren de meeste fondsen een breed scala aan duurzaamheidscriteria in de beleggingsprocedure. Echter bestaan er ook fondsen die slechts één van deze thema’s integreren in het investeringsproces, en vervolgens alsnog met het label ‘duurzaam investeringsfonds’ de boeken in gaan. “Zo kan er met de juiste, zelfgecreëerde maatstaven, een dochteronderneming de spreekwoordelijke groene hemel in geprezen worden, terwijl dit in werkelijkheid onterecht is.” Maatstaven voor duurzaamheid Er bestaat een breed scala aan overzichten waarin de duurzaamheid per bedrijf, de zogenaamde ‘green score’, weergegeven wordt aan de hand van verschillende maatstaven. Algemene criteria van deze onderzoeken zijn vaak zaken als het elektriciteitsverbruik, waterverbruik, het type materiaal dat als grondstof gebruikt wordt en de efficiëntie van dit grondstofverbruik. Echter spelen naast milieugerelateerde maatstaven ook sociale factoren een rol bij de bepaling van de mate van duurzaamheid in een bedrijf. Zo wordt vaak ook de beloning van een CEO ten opzichte van het gemiddelde loon van medewerkers meegenomen als criterium, en wordt er ook vaak gekeken naar de man-vrouw verhouding binnen de raad van bestuur. De criteria worden veelal samengevoegd tot een totale duurzaamheidsscore per bedrijf, waarna deze bedrijven vervolgens in een ranking worden geordend. Deze overzichten en rankings zijn echter niet allemaal even betrouwbaar, aangezien er verschillende bedrijven zijn die voor eigenbelang een overzicht creëren waarin het bedrijf zelf hoog eindigt. Zo kan er met de juiste, zelfgecreëerde maatstaven, een dochteronderneming de spreekwoordelijke groene hemel in geprezen worden, terwijl dit in werkelijkheid onterecht is. Dit is dan ook de reden waarom er altijd onderzoek moet worden gedaan naar de onafhankelijkheid van het bedrijf die de overzichten en scores uitgeeft. Een onafhankelijk bureau die de bedrijven test en een overzicht creëert zal hiernaast vrijwel altijd de gehanteerde methodologie uitbrengen om zo transparant mogelijk te zijn naar de lezers. Investeren in je toekomst Bij het investeren in duurzame bedrijven moet er klaarblijkelijk een extra oogje in het zeil gehouden worden. Er bestaan verschillende duurzame investeringstechnieken die hier een handje bij helpen. Zo zorgt de ‘Negative Screening’ methode er voor dat bedrijven en sectoren die een hoog ESG-risico dragen af worden gestoten tijdens het investeringsproces. Hierdoor worden bedrijven met een lage ESG-score niet meegenomen in de lijst van investeringsopties. Een iets agressievere duurzame beleggingsstrategie is de ‘ESG integratie’ techniek, waarbij
Beleggen in een tumultueuze wereld: Hoe blijf ik aan de veilige kant zonder een dief te zijn van mijn eigen portemonnee?
Het is een bekende afweging: Ik wil een goed resultaat behalen over mijn vermogen, maar ik denk dat dit geen goed instapmoment is. Economische onzekerheid, slechte conjunctuurtiming, deflatierisico, inflatierisico, er is altijd wel een reden om je geld niet te investeren. Zou het dan niet interessant zijn als er een beleggerskader bestond die robuust is tegen de schokken waar we allemaal bang voor zijn en die ons tegenhouden in de weg naar een goed rendement? Alleen renderen op de spaarrentes van de bank is tenslotte een gigantisch gemis aan rendement op de lange termijn. Om een oplossing te vinden voor dit probleem vroeg Bridewater Associates zichzelf de volgende vraag: “Welke mix van producten heeft de beste kans om een goed rendement te leveren over tijd, door een grote variatie aan economische klimaten die we kunnen ervaren?” En als resultaat bedachten ze een kader welke in essentie bedoeld is om de risicopremie van de markt te oogsten zonder een duidelijk standpunt te kiezen over het toekomstig economisch klimaat. Met dit in acht, is het doel een portfolio te creëren die robuust is tegenover elk economisch klimaat, dus in zowel een stijgende economie als in recessie en in hoge en lage inflatie een zo zorgeloos mogelijk rendement te halen zonder genoegen te nemen met een beroerd rendement. Hoe construeer je een dergelijk portfolio? Laten we eerst wat fundamentele formules en observaties bekijken. Van historische data weten we een aantal dingen waar dit kader op leunt: Op de lange termijn kun je beter geïnvesteerd zijn in financiële producten dan je geld als cashpositie aanhouden, en financiële producten disconteren toekomstige economische scenario’s. De contante waarde van toekomstige kasstromen in financiële producten wordt berekend met de volgende formule: De risicopremie is een compensatie voor het nemen van risico. Deze compensatie is essentieel voor het kapitalistische systeem en varieert over tijd. De verwachte toekomstige kasstromen, het risicovrije rendement en de risicopremie zijn verwachtingen die veranderen over tijd. De prijzen van financiële producten passen zich hiernaar aan. Om de risicopremie te kunnen oogsten moeten we een portfolio maken dat robuust is tegen alle verschillende economische situaties, maar waarbij je geen cash-positie aanhoudt. Om dit te doen evalueren we vier fundamentele economische situaties: Tijden van groeiende groei, toenemende inflatie, afnemende groei en afnemende inflatie. Het totale risico van een portfolio gelijk over deze vier situaties verdelen geeft een heel robuust rendement dat meer afhankelijk is van de risicopremie dan van andere dingen. Laten we eerst de meest voor de hand liggende financiële productgroep in acht nemen: Aandelen. Wanneer presteren aandelen het beste? Met de genoemde formule in het achterhoofd: Aandelen disconteren toekomstige kasstromen. Als de groei toeneemt, groeien de toekomstige kasstromen en wordt C groter. Ten tweede, als de inflatie afneemt, neemt de disconteringsfactor af en zijn toekomstige kasstromen ook meer waard op dit moment. “Het totale risico van een portfolio gelijk verdelen over deze drie productgroepen is een recept voor een goed gediversifieerd portfolio.” Wat is er nog meer? Nog een vooraanstaande productgroep: Nominale obligaties. Wat gebeurt er als de groei afneemt? Het rendement op aandelen verliest waarde ten opzichte van een vast rendement, waardoor obligaties in waarde toenemen. Verder, als de inflatie afneemt worden de toekomstige kasstromen van obligaties meer waard, omdat de disconteringsfactor kleiner wordt. Beide situaties zorgen voor een sterkere contante waarde voor obligaties. De laatste veelgebruikte productgroep die in deze strategie past is grondstoffen. Grondstoffen nemen vanzelfsprekend in waarde toe in tijden van toenemende inflatie, maar wat gebeurt er als de groei toeneemt? De vraag voor veel grondstoffen is erg afhankelijk van industriële vraag, welke piekt in tijden van economische voorspoed. Door de extra vraag worden de grondstoffen ook duurder en stijgen derhalve in waarde. Het totale risico van een portfolio gelijk verdelen over deze drie productgroepen is een recept voor een goed gediversifieerd portfolio, maar er is nog een productgroep nodig om de strategie compleet te maken voor tijden van stijgende inflatie, maar met afnemende groei. Grondstoffen halen voordeel uit de inflatie, maar hebben last van de afnemende groei. Obligaties halen voordeel uit de afnemende groei, maar worden weer geschaad door de toenemende inflatie. Aandelen verliezen op beide fronten. De oplossing: Inflatie geïndexeerde obligaties. Deze obligaties zijn gekoppeld aan het inflatiecijfer en daardoor is de eigenaar beschermt tegen stijgende inflatie, maar heeft deze nog steeds een couponrente. Door de link met inflatie presteren deze producten in tijden van stijgende inflatie goed, en bij dalende inflatie minder goed. Door het (buiten inflatie om) vaste rendement zijn deze sterk in tijden van dalende groei op dezelfde manier als normale obligaties. De volgende matrix laat zien hoe je het risico van een portfolio moet verdelen om de gewenste resultaten te krijgen: Om de allocatie juist te krijgen moet het risico gelijk verdeeld worden over de productgroepen. Gebaseerd op jaarlijkse volatiliteit van elke productgroep, resulteert dit in een allocatie die er ongeveer als volgt uit zal zien[1]: De strategie is ook uitvoerbaar met een hefboom, zodat je hem aan kan passen op je persoonlijke risicobereidheid. Op deze manier kun je een vrij sterk rendement behalen zonder (theoretisch) bloot te staan aan de meest fundamentele risicofactoren die beleggen met zich mee brengt. Om samen te vatten: Om op basis van vier economische basis-situaties, stijgende groei, stijgende inflatie, afnemende groei en afnemende inflatie en gebaseerd op vier productgroepen, aandelen, obligaties, grondstoffen en inflatie geïndexeerde obligaties een zo vast mogelijk rendement te genereren is een allocatie met een specifieke verdeling gebaseerd op een gelijke verdeling van het risico over deze productgroepen een manier om een veilig maar toch sterk rendement te behalen. Er is veel ruimte om deze strategie aan te passen naar persoonlijke wensen, bijvoorbeeld door een andere hefboom te hanteren om wat meer risico te nemen voor een hogere winstverwachting. Auteur: Rob Donkers, met veel dank aan Guido van Poppel Note: Deze strategie is op geen enkele manier door mij bedacht of ontwikkeld. Dit is slechts een informatief artikel over een interessante benadering van beleggen. [1] Om nog een stap verder te gaan, kun je