De opkomst van Central Bank Digital Currencies (CBDC’s) roept fundamentele vragen op over de rol van commerciële banken in ons financiële systeem. Deze digitale munteenheden uitgegeven door centrale banken combineren de betrouwbaarheid van staatsgeld met de efficiëntie van moderne betaaltechnologie. Wereldwijd onderzoeken centrale banken de haalbaarheid van een CBDC zoals in China en de Europese Unie. In dit artikel bekijken we wat CBDC’s precies zijn, hoe ze kunnen worden geïmplementeerd, welke voordelen en risico’s ze met zich meebrengen en wat hun mogelijke impact is op het voortbestaan en de functie van commerciële banken. Wat zijn CBDC’s? Central Bank Digital Currencies (CBDC’s) zijn digitale vormen van nationale valuta die direct door de centrale bank worden uitgegeven en gegarandeerd. Dit maakt CBDC’s een veilig alternatief voor traditionele betaalmiddelen zoals contant geld en het geld op commerciële bankrekeningen. In het huidige systeem beheren commerciële banken het geld van burgers en bedrijven dat slechts indirect is gekoppeld aan de centrale bank. Met CBDC’s wordt het risico op faillissement van tussenliggende commerciële banken verwijderd aangezien de centrale bank zelf garant staat voor de waarde. Dankzij recente innovaties in digitale technologieën zoals blockchain en mobiele betalingen wordt het nu technisch mogelijk om nationale digitale valuta’s in te voeren. Direct of indirect Het implementeren van een CBDC kan op twee fundamenteel verschillende manieren plaatsvinden: direct of indirect. Het verschil zit in de mate van betrokkenheid van commerciële banken bij het contact met de eindgebruiker. In een direct model hebben burgers en bedrijven een rekening (of digitale wallet) rechtstreeks bij de centrale bank, terwijl in een indirect model commerciële banken nog steeds het aanspreekpunt blijven voor gebruikers. Direct In het directe model wordt de centrale bank zelf de financiële dienstverlener voor burgers en bedrijven. Consumenten zouden een digitale wallet openen bij de centrale bank, waarin zij hun digitale geld bewaren. Alle transacties verlopen dan rechtstreeks via het centrale banknetwerk zonder tussenkomst van een commerciële bank. Dit zou betekenen dat de centrale bank niet alleen verantwoordelijk wordt voor het uitgeven van geld, maar ook voor het onderhouden van rekeningen, klantenservice en transactieverwerking. Hoewel dit model maximale transparantie en controle biedt voor de overheid en kan zorgen voor meer stabiliteit in crisistijden brengt het ook aanzienlijke risico’s met zich mee. Commerciële banken zouden hierdoor grotendeels buiten spel komen met als gevolg een mogelijke verschraling van concurrentie, innovatie en klantgerichte dienstverlening. Bovendien zou het een ongekende uitbreiding betekenen van de rol van de staat in het betalingsverkeer. Indirect In het indirecte model, ook wel het ‘two-tier model’ genoemd blijft het bestaande financiële ecosysteem grotendeels behouden. De centrale bank creëert de digitale munt en waarborgt de waarde, maar de distributie en het klantencontact verlopen via commerciële banken of andere erkende financiële instellingen. Burgers zouden dan nog steeds een wallet of digitale rekening hebben bij hun eigen bank, maar de onderliggende digitale euro of munt blijft een directe vordering op de centrale bank. Dit model wordt door veel centrale banken, waaronder de Europese Centrale Bank als aantrekkelijker beschouwd omdat het stabiliteit biedt en tegelijkertijd de rol van bestaande banken respecteert. Het voorkomt een directe bedreiging van het huidige bankensysteem, stimuleert samenwerking tussen publieke en private sector en maakt een gefaseerde invoering mogelijk met ruimte voor technische aanpassingen. De voordelen van CBDC’s De nadelen van CBDC’s Voorbeelden De Toekomst van Commerciële Banken en CBDC’s Hoewel CBDC’s een sleutelrol zullen spelen in de toekomst van het financiële systeem lijkt het onwaarschijnlijk dat een volledig direct model waarbij centrale banken zelf alle financiële diensten uitvoeren de standaard zal worden. Dit komt doordat een dergelijk model een ingrijpende verschuiving zou betekenen van het huidige bancaire systeem. Commerciële banken vervullen een essentiële rol als intermediair tussen de centrale bank en het publiek. Veel centrale banken zoals de Europese Centrale Bank geven de voorkeur aan een indirect model. Bij dit model blijft de distributie van digitale valuta via commerciële banken verlopen. Dit biedt de nodige stabiliteit en houdt de concurrentie en innovatie binnen de private sector intact. De rol van commerciële banken lijkt dan ook grotendeels veilig. Ze kunnen zich blijven richten op hun traditionele taken, zoals het verstrekken van leningen, het bieden van klantenservice en het ontwikkelen van financiële producten. Tegelijkertijd kunnen commerciële banken hun diensten verbeteren door samen te werken met de nieuwe digitale infrastructuren die door CBDC’s mogelijk worden gemaakt. De toekomst van commerciële banken hangt echter af van hun vermogen om zich aan te passen aan de digitalisering en te profiteren van de voordelen die CBDC’s met zich meebrengen. De komende jaren zullen duidelijk maken hoe het financiële ecosysteem zich verder ontwikkelt. Het lijkt waarschijnlijk dat commerciële banken een belangrijke rol blijven spelen, zij het in een steeds digitaler en technologisch geavanceerder landschap. Conclusie CBDC’s vormen een belangrijke ontwikkeling in het financiële systeem. Ze bieden voordelen zoals efficiëntere betalingen, bredere toegang tot financiële diensten en meer controle voor centrale banken. Tegelijkertijd brengen ze risico’s mee op het gebied van privacy, cyberveiligheid en de rol van commerciële banken. Het succes van CBDC’s hangt af van zorgvuldige implementatie en behoud van publiek vertrouwen.
SNS als staatsbank?
SNS werd vier jaar geleden voor een bedrag van €3,7 miljard genationaliseerd door de Nederlandse overheid. Inmiddels is SNS opgesplitst in verschillende onderdelen waarvan alleen nog het bankonderdeel in handen van de overheid is. Demissionair minister van Financiën, Dijsselbloem, laat nu de voor- en nadelen van SNS als overheidsbank onderzoeken door de stichting die SNS nu beheert. Dit artikel geeft alvast een antwoord op dit vraagstuk door de wetenschappelijke literatuur over het functioneren van staatsbanken versus private banken te raadplegen. Het principe De gedachte van de Tweede Kamer om SNS niet te privatiseren is dat SNS als staatsbank zal zorgen voor een grotere diversiteit in het Nederlandse bankenlandschap. In Nederland opereren drie verschillende soorten banken: private banken (zoals ING, ASN en Knab), een coöperatieve bank (Rabobank) en (semi-)publieke banken (ABN AMRO en SNS Bank). Private banken hebben simpelweg als doel het maximaliseren van hun winst, waarbij zij enkel georiënteerd zijn op hun aandeelhouders, terwijl coöperatieve banken ook aandacht hebben voor belangrijke stakeholders binnen hun bedrijfsactiviteiten. Daarnaast bestaat er (vooralsnog) de publieke bank in Nederland. Publieke banken streven in beginsel niet naar winstmaximalisatie maar dienen de stabiliteit van het financiële systeem door minder risico te lopen en kosten te besparen. Om te bepalen of deze theorie correct is, maak ik gebruik van de relevante wetenschappelijke literatuur. Prestaties en efficiëntie De literatuur over staatsbanken laat zien dat deze banken over het algemeen een lagere winstgevendheid hebben, een slechtere kredietverlening hebben en grotere risico’s lopen dan private banken. De grondslag van deze bevindingen ligt in een inefficiënte allocatie van middelen. Publieke banken verschaffen geld op een inefficiënte wijze omdat zij in beginsel geen winst maximaliserend oogpunt hebben. Hierdoor is de prikkel om risico’s van leningen op een correcte wijze te bepalen kleiner geworden. Het gevolg is dat risico’s stijgen, leningen een grotere mate van wanbetaling hebben en de winstgevendheid lager uitvalt. Hier staat echter tegenover dat publieke banken lagere financieringskosten hebben doordat overheden impliciete of expliciete garanties geven. Deze garanties zorgen ervoor dat investeerders (obligatiehouders) ervan uitgaan dat de overheid zal instappen wanneer de bank in slecht weer terecht komt, waardoor zij lagere rentes vragen op geld dat de bank nodig heeft. Stabiliteit Staatsbanken hebben echter wel een positief effect op de financiële stabiliteit in een land. Dit effect uit zich vooral in economisch slechte tijden, aldus de literatuur. Uit de financiële recessie van 2008 blijkt dat staatsbanken anticyclisch beleid voerden met betrekking tot hun kredietverlening. Terwijl private banken hun kredietverlening beperkten gedurende de crisis, vergrootten publieke banken hun kredietverlening of hielden deze constant. Publieke banken kunnen er dus voor zorgen dat een zogenaamde ‘credit crunch’, een periode met een sterke daling in beschikbaar krediet, voorkomen kan worden. Daarnaast kunnen staatsbanken met behulp van anticyclische kredietverlening het herstel na een recessie bevorderen. Conclusie Alhoewel een staatsbank in eerste instantie inefficiënt en niet geschikt lijkt voor het Nederlandse kapitalistische stelsel, wijst de literatuur op de stabiliteit van het financiële stelsel. Echter, een assumptie die de literatuur (ex ante) maakt, is dat staatsbanken reeds aanwezig zijn in een economie. Het is echter zeer belangrijk niet te vergeten dat u en ik hebben bijgedragen aan de nationalisatie van SNS Bank; maar liefst €3,7 miljard in totaal. Dit bedrag zullen wij, als belastingbetaler, niet meer terug krijgen wanneer SNS in staatshanden blijft. De vraag is dan ook of deze optie goedkoper is dan wanneer SNS geprivatiseerd wordt en we pas bij een volgende crisis de negatieve gevolgen zullen ervaren**. ** De optie van SNS als private bank zal eerder geprefereerd worden indien rekening wordt gehouden met preferenties en tijd. Toekomstige verliezen horen verdisconteerd te worden doordat men over het algemeen minder waarde hecht aan de toekomst dan aan het heden.