Investment Night Universiteit Tilburg; Balancing Ethics and Profits: Portfolio Management in an Era of Global Change and Geopolitical Risk
Het verhaal van Charlie Munger
For the English version, click here. Eind november 2023 kwam er helaas een einde aan het leven van de iconische belegger Charlie Munger. Door velen werd hij omschreven al dé vertrouwenspersoon van Warren Buffett, echter is hij veel meer dan dat. In dit artikel blikken we terug op het succesvolle leven van deze belegger. Charlie Munger werd geboren in Omaha, Nebraska, in 1924. Hij groeide op tijdens de Grote Depressie (jaren 30 in de 20e eeuw), wat een blijvende impact had op zijn kijk op zowel het leven als beleggen. In Omaha ging de Amerikaan ook naar een openbare school, waar hij al snel wist uit te blinken. Vervolgens ging hij naar de University of Michigan om wiskunde te studeren. Deze studie besloot hij te onderbreken om in het leger te gaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na zijn militaire dienst werd hij toegelaten op Harvard Law School. Tijdens deze studie deed hij belangrijke kennis op, met name in belasting recht, bedrijfsrecht en contractrecht. Niet snel daarna scheidde hij van zijn vrouw, aan wie hij al zijn geld verloor. Vervolgens overleed zijn zoon op 8-jarige leeftijd. Ondanks deze tegenslagen was meneer Munger vastberaden om succesvol te worden. Al snel vond het geluk hem en trouwde hij met zijn nieuwe vrouw. Vanwege het overlijden van zijn vader ging hij terug naar Nebraska om voor zijn familie te zorgen. Hier ontmoette hij zijn toekomstige zakenpartner Warren Buffett. Snel daara verhuisde hij naar Californië om zijn eigen advocatenkantoor te openen. Ook opende hij zijn eigen beleggingsonderneming genaamd “Wheeler, Munger & Co” samen met zijn toenmalige zakenpartner Jack Wheeler in 1962. Van 1962 tot 1975 behaalde zijn onderneming een gemiddeld rendement van 19,8%, terwijl de Dow-Jones gemiddeld “maar” 5% per jaar aan rendement opleverde in deze periode. Desondanks maakte het bedrijf verlies tijdens de olie crisis (1973), waardoor Charlie Munger zich genoodzaakt voelde om de onderneming te sluiten. In deze periode stopte hij ook met zijn advocatenkantoor op advies van Warren Buffett. In de komende jaren begon hij te beleggen samen met, inderdaad, Warren Buffett om vervolgens in 1978 vice-voorzitter van Berkshire Hathaway te worden. Het gouden duo was een feit. Beleggingsfilosofie Charlie Munger heeft veel invloed gehad op de beleggingsstrategie van Warren Buffett. Zo hanteerde Warren Buffett de zogenaamde “cigar butt” methode. Deze hield in dat een belegger een ondergewaardeerd aandeel koopt van een slecht bedrijf. Dit met het idee om op korte termijn winst te maken. Als gevolg kwam er een verandering in Berkshire’s visie wat betreft value investing: Deze luidde: “Vergeet wat je weet over het kopen van bedrijven voor mooie prijzen, in plaats daarvan koop mooie bedrijven voor eerlijke prijzen.” Ook spelen de zogenaamde “mentale modellen” van Charlie Munger een belangrijke rol in zijn visie. Hij was van mening dat je een brede algemene kennis nodig had om succesvol te worden als belegger. Een belegger heeft kennis nodig over verschillende onderwerpen zoals, inderdaad, rechten, maar ook in psychologie, economie en wiskunde. Charlie Munger stond bekend als een man met veel geduld, dit was terug te zien in zijn passieve beleggingsfilosofie. Hij was van mening dat winst maken geen kwestie van het kopen of verkopen van aandelen was, maar juist van geduld en simpelweg wachten. Als je lang genoeg een aandeel bezit, beweegt de waarde ervan vanzelf naar de intrinsieke waarde. Daarnaast was hij geen voorstander van diversificatie. Volgens Munger is je rendement beperkt wanneer je veel verschillende aandelen bezit. In plaats daarvan benoemt hij dat je beter een geconcentreerde portfolio moet hebben die uit een gelimiteerd aantal aandelen bestaan. Toen Charlie Munger overleed, bezat hij persoonlijk slechts 3 verschillende aandelen. Deze denkwijze zorgde er dan ook voor dat hij onwijs selectief was. Hij geloofde dat mogelijkheden altijd schaars zijn en kijkt kritisch naar nieuwe technologieën. Zo is hij absoluut geen fan van Bitcoin en noemt hij het zelfs de aller slechtste investering ooit. Deze terughoudende kijk op nieuwe technologieën is ook een gevolg van het feit dat hij dus is opgegroeid tijdens de Grote Depressie. Tijdens zijn jeugd was er, mede door de Grote Depressie, veel armoede om hem heen. Hierdoor bleef hij altijd voorzichtig als het ging om nieuwe technologieën. Verder hechtte Munger veel waarde aan ethiek binnen bedrijven. Bedrijven die niet ethisch handelen, maken op den duur beslissingen die slecht voor het bedrijf zijn. Daarom moeten beleggers afstand houden van bedrijven die slecht presteren op het gebied van ethiek, zelfs als ze op financieel vlak potentie hebben. Zelf stond Charlie Munger bekend als een betrouwbare zakenpartner, wat ongetwijfeld mede verantwoordelijk is geweest voor zijn successen. Zijn blik op ethiek is ook terug te zien in zijn filantropische activiteiten. Zo doneerde hij bij $300 miljoen om kamers voor Amerikaanse studenten betaalbaarder te maken. Levenslessen Charlie Munger stond bekend om zijn mooie uitspraken en bijzondere kijk op het leven. Allereerst benadrukte hij het belang van levenslang blijven leren. Hij benoemt dat alle wijze mensen in zijn omgeving veel boeken lezen om kennis op te blijven doen. Daarnaast is het volgens Munger om kritisch naar je omgeving te kijken en je alleen te omringen met mensen die betrouwbaar zijn. Verder was Charlie Munger een groot voorstander van persoonlijke groei, hierbij was er volgens hem geen ruimte voor zelfmedelijden, maar juist voor discipline. Discipline was volgens hem noodzakelijk om succesvol te kunnen worden. Ook was Munger van mening dat een mens bescheiden moet zijn. Ondanks zijn status als multimiljardair, leefde hij een relatief somber bestaan en gaf hij weinig geld uit. Ook dit was een gevolg van het opgroeien tijdens de Grote Depressie. Volgens hem haalt jaloezie het ergste in de mens naar boven en moet dit ten alle tijden vermeden worden, onder anderen door zuinig te leven. Al met al kunnen we concluderen dat Charlie Munger van grote toegevoegde waarde is geweest voor Berskhire Hathaway en de gehele beleggingswereld. Zijn wijsheden zullen altijd gebruikt worden. Bronnen Accounting for Everyone (2023), Everything you need to know about Charlie Munger. Retrieved from https://accountingforeveryone.com/everything-you-need-to-know-about-charlie-munger-a-comprehensive-guide-to-his-life/ Behan, A (2023), Charlie Munger: Life, Berkshire Hathaway, Investments. Retrieved
Het ontstaan van de AEX
For the English version, click here. De AEX index wordt als de belangrijkste graadmeter gezien van de Nederlandse economie. In veel kranten wordt dagelijks verteld wat de stand van deze index is. Maar wat is de AEX index eigenlijk en waar bestaat deze uit? Heeft deze index wel effect op de Nederlandse economie? In dit artikel wordt dit uitgelegd. Oprichting Op 4 maart 1983 werd de European Options Exchange (EOE) opgericht. Deze naam komt eruit voort dat deze index is ontstaan om de optiehandel in Nederland te stimuleren. Het idee voor de handel in opties was overgewaaid vanuit Amerika. In dit land bestonden de bekende Dow Jones en S&P500 al een tijdje. In Nederland wilde men ook op deze manier in een index van hun eigen land kunnen handelen. De index werd opgericht met daarin 13 bedrijven. In 1990 werd dit aantal uitgebreid naar 25 en in 1994 werd de naam veranderd naar het nu bekende AEX. Een paar bekende bedrijven die vanaf het begin in deze index zaten zijn onder andere Ahold, Unilever, Shell en Heineken. Buiten de AEX zijn er ook Nederlandse indices voor middelgrote en kleinere beursgenoteerde bedrijven. Deze heten de AMX en AsCX. Deze indices bestaan beide ook uit 25 bedrijven. Hoe is de AEX opgebouwd De Amsterdam Exchange Index (AEX) is opgebouwd uit de aandelen van de 25 grootste en meest liquide beursgenoteerde ondernemingen aan de Nederlandse beurs. Deze bedrijven worden geselecteerd op basis van marktwaarde en liquiditeit. De AEX-index wordt berekend op basis van de marktwaarde van de vrij verhandelbare aandelen van deze bedrijven. De kenmerken van de opbouw van de AEX-index zijn onder andere: Selectie van Ondernemingen: De selectie van ondernemingen die in de AEX worden opgenomen, wordt uitgevoerd door Euronext Amsterdam, de exploitant van de Nederlandse beurs. Deze selectie is gebaseerd op de marktwaarde van de vrij verhandelbare aandelen van de bedrijven. De 25 grootste bedrijven op basis van marktwaarde worden geselecteerd. Weging: Elk bedrijf dat in de AEX wordt opgenomen, draagt bij aan de weging van de index op basis van de marktwaarde van zijn vrij verhandelbare aandelen. Grotere bedrijven hebben daarom een grotere invloed op de prestaties van de index. Aanpassingen: De samenstelling van de AEX-index kan periodiek worden herzien. Bedrijven kunnen worden toegevoegd of verwijderd op basis van veranderingen in marktwaarde, liquiditeit en andere factoren. Basisniveau: De AEX-index wordt berekend op een basisniveau van 100 punten. Dit betekent dat de waarde van de index op de oprichtingsdatum (4 maart 1983) op 100 punten werd vastgesteld, en alle latere waardeschommelingen worden ten opzichte van deze basiswaarde gemeten. Diversificatie: De AEX-index is ontworpen om een brede dwarsdoorsnede van de Nederlandse beurs te vertegenwoordigen. De geselecteerde bedrijven komen uit verschillende sectoren, waaronder financiën, technologie, consumentengoederen, energie en gezondheidszorg. Huidige bedrijven in AEX Tegenwoordig bestaat de index uit de bedrijven die in de tabel hiernaast staan weergegeven. De marktkapitalisatie laat de weging van de aandelen zien. Hieruit kan opgemaakt worden dat ASML, Shell en Unilever de grootste weging hebben binnen de index. De enige Nederlandse bedrijven die nog in de index zaten toen deze in 1984 werd opgericht zijn: Ahold, ABN Amro, Shell, Heineken , NN en Unilever. Over de jaren is de index aanzienlijk veranderd. Zo is de sector technologie steeds prominenter geworden met bedrijven zoals Adyen en ASML De index is ook steeds minder Nederlands geworden. Om aan de index toegevoegd te worden is namelijk alleen een notering aan de Nederlandse Beurs nodig en een marktkapitalisatie die groot genoeg is. Hierdoor zijn in de afgelopen jaren onder andere het Amerikaanse UMG en Italiaanse Exor aan de index toegevoegd. Bedrijven die nog steeds als echt Nederlands gezien worden zijn ook steeds minder Nederlands dan ze vroeger waren. Door de groei van de bedrijven komt namelijk steeds meer van hun omzet uit het buitenland. Het is dus de vraag of de AEX nog steeds als de Nederlandse beursgraadmeter gezien kan worden. Rendement AEX index De AEX index heeft in de loop der jaren verschillende hoogte- en dieptepunten gekend, waarbij significante economische gebeurtenissen, zoals de dotcom-bubbel rond het jaar 2000 en de financiële crisis van 2008, grote invloed hebben gehad op de prestaties van de index. Na deze crashes ging de index wel weer geleidelijk omhoog. Het slechtste jaar van de AEX was 2008. Het rendement was in dit jaar -52,32%. Daartegenover staat wel een rendement van 51,12% in het beste jaar (1988). Geannualiseerd is het rendement van de AEX sinds oprichting 7,05%. Over de afgelopen 5 jaar was dit 5,81%. Dit zijn de rendementen per eind september 2023. Onderstaande grafiek toont het koersverloop van de index sinds 1994. Binnen de AEX voegt ASML het meeste rendement toe aan de index. Dit komt door de relatief grote weging van het bedrijf en de grote positieve koersbeweging die het in de afgelopen jaren zag. Dat de AEX over zijn historie goed gepresteerd heeft, hoeft niet meteen te betekenen dat deze index een goede investering is. De index belegt namelijk maar in 25 bedrijven en heeft dus weinig spreiding. Ook zit de index geconcentreerd in een paar specifieke sectoren. Voor de trotse Nederlandse belegger is de AEX nog steeds een index waarin belegt kan worden met menig van oudsher Nederlandse bedrijven. De bedrijven zijn alleen wel minder Nederlands dan ze vroeger geweest zijn. Bronnen AEX-INDEX | NL0000000107 | Euronext Exchange Live Quotes. (z.d.). https://live.euronext.com/en/product/indices/NL0000000107-XAMS/market-information Axento Vermogensbeheer. (z.d.). Historische ontwikkeling van de AEX. Axento. https://axento.nl/beleggen/waarin/aex/historische-ontwikkeling-van-de-aex/#:~:text=Het%20ontstaan%20van%20de%20AEX,opties%20was%20overgewaaid%20uit%20Amerika. Blekemolen, J. (2023, 19 september). AEX Index: Betekenis, geschiedenis en samenstelling uitgelegd. Online broker LYNX. https://www.lynx.nl/beurs/beurs-koersen/beursinfo/beurs-nieuws-tips/aex-index-samenstelling-weging-aandelen/ Geurtjens, J. (2023, 14 augustus). Gemiddeld rendement AEX op basis van historische data. Finansjaal. https://finansjaal.nl/gemiddeld-rendement-aex/ Snurer, I. (2020, 13 maart). 30 jaar AEX. Beleggers Belangen. https://www.beleggersbelangen.nl/2013/01/02/30-jaar-aex/ Thomas. (2023, 14 april). De grootste 25 AEX bedrijven, welke zijn dit? – Beleggingsinstituut. Beleggingsinstituut. https://www.beleggingsinstituut.nl/beleggers-kennisbank/aex-bedrijven/ VEB – Beursfondsen niet trots op Nederlands. (z.d.). VEB. https://www.veb.net/artikel/01446/beursfondsen-niet-trots-op-nederlands
Beleggen in kunst, is het de moeite waard?
For the English version, click here. Is kunst eigenlijk wel een aanzienlijke beleggingscategorie? In 2020 bedroeg de totale waarde van wereldwijde kunstveilingen $50 miljard, waarbij de veilingsector 42% bijdroeg ($21 miljard) en de resterende 58% ($29 miljard) werd afgehandeld door handelaren en galerieën. Met name de digitale verkoop was goed voor ongeveer 12,5 miljard dollar, wat neerkomt op ongeveer een vierde van de totale waarde van kunstveilingen. De kunstmarkt is dus niet klein, maar is het een waardevolle beleggingscategorie om in te investeren? Dit artikel geeft basisinformatie over de kunstmarkt om te proberen deze vraag te beantwoorden. Waarom beleggen in kunst? Hoe bereken je het rendement van kunstwerken? De kunstmarkt is een illiquide markt, dit verwijst naar een markt waar er een beperkt aantal kopers en verkopers is, waardoor het moeilijk is om activa te kopen of te verkopen zonder de prijs ervan aanzienlijk te beïnvloeden. Daarom worden kunstprestaties meestal gemeten met twee methoden: de herhaalde verkoopmethode (RSM) en de hedonische regressiemethode (HRM). De RSM houdt de prijzen bij van kunstwerken die meerdere keren zijn verkocht, waardoor de prijsstijging in de loop van de tijd kan worden berekend. De HRM daarentegen analyseert de kenmerken van kunstwerken en hun bijbehorende prijzen om de waarde van specifieke kenmerken te schatten. Diversificatie en portefeuilleversterking De Sharpe-ratio meet het voor risico gecorrigeerde rendement van een belegging (na aftrek van een risicovrije rente zoals Amerikaans schatkistpapier) gedeeld door de standaardafwijking van het rendement, die de volatiliteit van de waarde van de portefeuille in de loop van de tijd weergeeft. Een hogere Sharpe-ratio wijst op een beter voor risico gecorrigeerd rendement, terwijl een lagere ratio wijst op een slechtere prestatie. Een ratio boven de 1 wordt over het algemeen als goed beschouwd, maar moet worden vergeleken met vergelijkbare beleggingen voor een zinvolle beoordeling. Bij het evalueren van de beleggingsprestaties van kunst in vergelijking met andere beleggingscategorieën zoals goud, aandelen en obligaties met behulp van de Sharpe-ratio (rendement/risico), is het duidelijk dat schilderijen lagere Sharpe-ratio’s hebben dan goud, aandelen en obligaties. Ze presteren echter beter dan grondstoffen en onroerend goed in termen van risicogecorrigeerd rendement. Daarom kan het opnemen van beleggingen in schilderijen als gunstig worden beschouwd voor het samenstellen van een optimale beleggingsportefeuille. Het opnemen van kunst in een gediversifieerde portefeuille kan voordelig zijn vanwege de negatieve correlatie tussen kunstrendementen en die van aandelen en obligaties. Deze negatieve correlatie houdt in dat kunstprijzen de neiging hebben om in de tegenovergestelde richting te bewegen van de prijzen van aandelen en obligaties, wat een potentiële afdekking biedt tegen marktvolatiliteit. Een voorgestelde allocatie voor een optimale, voor risico gecorrigeerde portefeuille bestaat uit 50% Dow Jones bedrijfsobligaties, 25% S&P500 aandelen, 15% goud en 10% kunst. Deze allocatie heeft als doel het risico in evenwicht te brengen en het potentiële rendement te maximaliseren door te diversifiëren over verschillende activaklassen. Potentieel voor vermogensgroei Volgens de bevindingen in ‘The Price of Art and the Art of Pricing’ hebben schilderijen en tekeningen een jaarlijks reëel rendement van 2,5% na inflatiecorrectie. Wanneer transactiekosten buiten beschouwing worden gelaten, bedraagt het nominale rendement 6,25%. Opvallend is dat hogere rendementen worden waargenomen aan de bovenkant van de prijsverdeling (duurdere schilderijen genereren doorgaans hogere rendementen). Belangrijkste drijfveren en risico’s van kunstbeleggingen Drivers van het rendement van kunstwerken Invloed van kleur In het artikel “Colors, Emotions, and the Auction Value of Paintings” (EER, 2022) werden experimenten uitgevoerd met zowel veld- als veilinggegevens om de invloed van kleuren op de prijzen van schilderijen te onderzoeken. In het onderzoek werden 12.906 kunstwerken geanalyseerd die tussen 1994 en 2017 werden verkocht, waarbij de nadruk lag op 5.482 niet-figuratieve abstracte schilderijen van 66 kunstenaars om vervuilingseffecten te minimaliseren. Uit het onderzoek bleek dat een toename van één standaarddeviatie in het percentage blauwe en rode tinten overeenkwam met premies van respectievelijk 10,6% en 4,20% in veilingprijzen. Laboratoriumexperimenten met studenten uit China, Nederland en de Verenigde Staten bevestigden dat blauwe en rode kleuren hogere biedingen en sterkere aankoopintenties opleverden, waarbij blauwe schilderijen een premie van 18,6% opleverden en rode schilderijen een premie van 17,3%. Plezier bleek de dominante emotionele respons te zijn, waardoor zowel de biedingen als de aankoopintenties in alle drie de culturele contexten toenamen. In het algemeen concludeerde het onderzoek dat kleureigenschappen de prijs van schilderijen significant beïnvloeden, voornamelijk door hun vermogen om specifieke emoties op te roepen, en dit effect is consistent in verschillende culturen. Geslacht Vrouwelijke kunstenaars hebben de neiging om hun kunstwerken met een korting te verkopen in vergelijking met mannelijke kunstenaars, en dit kan worden toegeschreven aan prijsvooroordelen die geworteld zijn in de gendercultuur. Uit de analyse van een dataset van 1,9 miljoen veilingtransacties in 49 landen blijkt dat schilderijen van vrouwelijke kunstenaars met een onvoorwaardelijke korting van 42,1% worden verkocht. De genderkorting wordt beïnvloed door de genderongelijkheid in een land, wat aangeeft dat culturen met een grotere gendergelijkheid minder korting vertonen. Zelfs wanneer gecontroleerd wordt voor vaste effecten van kunstenaars, zoals de VN-index voor genderongelijkheid en arbeidsparticipatie, blijft de korting significant. De studie bevat ook twee experimenten om de kwestie verder te onderzoeken. In het eerste experiment werd deelnemers gevraagd het geslacht van de kunstenaar te raden door naar schilderijen te kijken, maar de resultaten toonden aan dat correct raden niet beter was dan willekeurig toeval. Het tweede experiment richtte zich op het effect van waargenomen geslacht op de waardering van deelnemers voor kunstwerken. De bevindingen suggereren dat deelnemers die meer lijken op typische deelnemers aan kunstveilingen kunst van vrouwen 6% minder waarderen. Deze analyses en experimenten werpen licht op de prijsverschillen tussen mannen en vrouwen op de kunstmarkt. De dood van een meester Het overlijden van een meester-kunstenaar heeft een positieve invloed op prijzen, opbrengsten en omzet in de kunstmarkt. De dood van een kunstenaar betekent een negatieve schok voor hun toekomstige productie, wat resulteert in een permanente daling van hun artistieke productie. Vergelijkbaar met de bevindingen van Hong et al. (2006), waar een toename van de float de omzet en prijs verlaagt, leidt de vroegtijdige dood van een kunstenaar tot een toename van zowel de prijs
Beleggen in klassieke auto’s
For the English version, click here. Disclaimer: Dit artikel bevat geen beleggingsadvies en heeft enkel als doel om te amuseren en informeren. In een vorig artikel zijn verschillende alternatieve beleggingsmogelijkheden benoemd, in een korte serie zullen deze verder worden uitgewerkt met als eerst: Beleggen in klassieke auto’s. Waarde Veel mensen vinden het maar overdreven, een kapitaal uitgeven aan een auto. Zeker omdat auto’s gemiddeld tussen de 10 en 20 procent in waarde dalen per jaar. Toch is niet elke auto een slechte investering, aangezien er genoeg auto’s zijn die stijgen in waarde. Zo gaan we terug naar Italië in 1977. Een trotse eigenaar van de Ferrari 1962 250 GTO kreeg van zijn vrouw te horen dat de auto te veel lawaai maakte en werd gedwongen hem te verkopen, de marktwaarde was rond de $71,000. Inmiddels wordt dezelfde auto geveild voor $50,000,000. Een ander voorbeeld is de 1955 Mercedes-Benz 300 SLR Uhlenhaut Coupé, die vorig jaar werd geveild voor $149,000,000 (Harshvardhan, A, 2023). Verder schafte Jay Leno ruim 20 jaar geleden een McLaren F1 aan voor $800,000. De waarde van deze auto, die nog steeds in zijn bezit is, wordt momenteel geschat op $20,000,000. Het bekendste voorbeeld van auto’s die in waarde stijgen zijn klassieke auto’s. Hoewel experts hier nog altijd over discussiëren, wordt een auto klassiek genoemd wanneer deze minimaal 20 jaar oud is en van historisch belang is. Deze kunnen nog verdeeld worden in vintage en antieke wagens. Vintage heeft betrekking op auto’s die gemaakt zijn tussen 1919 en 1930. Antieke wagens zijn juist voor 1919 gemaakt, tijdens de zogenaamde “Brass era”, wat betrekking heeft op de grote hoeveelheid metaal die gebruikt werd om deze auto’s te maken. Om maar even een voorbeeld te noemen, vintage auto’s zijn het afgelopen decennium met 185% gestegen ( Piovaccari, G & Za, V, 2023). Daarnaast zijn klassieke auto’s volgens het Britse bedrijf Vanarama met 97% gestegen in waarde over de afgelopen 10 jaar. Dit is een flinke stijging, zeker wanneer we dit vergelijken met goud (45%), kunst (49%) en vastgoed in Groot-Brittannië (50%). Dit grote verschil tussen de waardestijging van klassieke auto’s en andere beleggingen laat zien dat dit type belegging serieus moet worden genomen. Veilingen De meest voorkomende manier om een klassieke auto aan te schaffen is via een veiling. In Nederland vinden er regelmatig veilingen plaats waarbij de eigenaar zijn klassieke wagen stalt. Bezoekers kunnen een bod doen en het hoogste bod krijgt de auto. Verder is er vaak een taxateur aanwezig, dit is iemand die gespecialiseerd is in de waardebepaling van klassieke auto’s. Tegenwoordig zijn er ook online veilingen. Een bekend voorbeeld hiervan is carandclassic.com. Hier staan talloze auto’s te koop waarop geboden kan worden, waaronder wagens die ‘slechts’ een paar duizend euro kosten. Het grootste verschil tussen online en fysieke veilingen is dat fysieke veilingen sneller plaatsvinden waardoor binnen een uur meestal bekend is wie het meest heeft geboden. Online veilingen kunnen wel weken duren. Daarnaast is het mogelijk om de conditie van de auto te zien tijdens een fysieke veiling, dit is niet mogelijk bij een online veiling. Echter worden er wel documenten weergegeven die de staat van de auto beschrijven. Toch lijkt het in eerste instantie lastig om de marktprijs van een auto te bepalen. Gelukkig heeft Hagerty, een verzekeraar in klassieke auto’s, hier de oplossing voor. De firma houdt de waarde van klassieke auto’s bij in een overzichtelijke gids. Bij elk model wordt een cijfer gegeven aan de hand van de staat. Desondanks komt er veel onzekerheid kijken bij het aanschaffen van een klassieke auto. Hoewel Hagerty’s een goede indicatie geeft, is er geen garantie dat de gids volledig accuraat is. Daarnaast is een auto, in tegenstelling tot aandelen of obligaties, fysiek. Daarom moet er aan bijvoorbeeld een garage gedacht worden, wat extra kosten met zich meebrengt en zijn verzekeringen voor klassieke auto’s vrij duur. Daarnaast maakt dit de belegging een stuk minder liquide, aangezien het maar de vraag is hoe snel er een koper gevonden kan worden. Ook is er een relatief groot kapitaal nodig om te profiteren van mogelijke prijsstijgingen. Wel is er nu de mogelijkheid om te beleggen in klassieke auto’s zonder deze fysiek te kopen. Er zijn meerdere fondsen waar beleggers kunnen beleggen in klassieke auto’s. Een voorbeeld is Azimut, echter moeten beleggers wel minimaal $140.000 inleggen. Beleggen in klassieke auto’s een interessante optie is, kijk namelijk naar de mogelijke rendementen uit het verleden. Desondanks komt er bij dit type belegging bovengemiddeld veel risico kijken. Materiaalschade en beperkte liquiditeit zijn enkele voorbeelden. Daarom is het verstandig om beleggen in klassieke auto’s enkel te beschouwen als hobby en niet als middel om rijk te worden. Hoewel er zeker voorbeelden te noemen zijn van situaties waarbij er serieus geld is verdiend met dit soort belegging, is de kans gering en onzeker dat dit ook voor u succesvol uitpakt. Wel maakt de komst van online veilingen het makkelijker voor particulieren met relatief weinig liquide middelen om klassieke auto’s aan te schaffen.
Interview met Roderick Munsters – Oud CEO van Robeco
For the English version, click here Roderick Munsters is weliswaar geen geboren maar wel een getogen Brabander die van 1981 tot 1988 gestudeerd heeft aan de Universiteit van Tilburg. Naast het volgen van zijn MSc. Bedrijfseconomie en de MSc. Finance aan TIAS, was Roderick in studententijd zeer actief bij T.S.C. St. Olof en Dispuut Kongsi. Op dit moment vervult Roderick verschillende commissariaten bij grote internationale bedrijven. Hij is getrouwd met Marjoanne Munsters en samen hebben ze twee kinderen, Mart en Milou. Wat waren jouw plannen vlak na het afstuderen aan Tilburg University? Wist je gelijk dat je de financiële wereld in wilde? Bij de start van mijn studie wist ik nog niet in welke sector ik werkzaam wilde zijn. De banen lagen toen niet voor het oprapen. Ik ben afgestudeerd in het beleggings onderwerp securitization, waarin je schuldtitels verhandelbaar maakt. Destijds was dit in Nederland een zeer onbekend onderwerp. Ik ben mijn carrière gestart bij Esso Benelux in Breda. Dit sloot achteraf toch niet helemaal aan bij wat ik zocht. Via Piet Duffhues van de universiteit ben ik in contact gekomen met Interpolis. Ik ben daar gestart op de afdeling vastrentende waarde. Bij Interpolis pasten we een value arbitrage strategie toe die zeer succesvol was. Later ben ik verantwoordelijk geworden voor de kapitaalmarkt afdeling van Interpolis. In 1997, toen ik inmiddels al acht jaar werkzaam was bij Interpolis, werd het hele beleggingsbedrijf overgebracht naar Robeco. Ik heb toen de overstap naar PGGM gemaakt en werd daar Chief Investment Officer. Dit was voor mij een mooie stap richting de pensioenwereld. Hoe heb je de overstap van verzekeringen naar een pensioenfonds ervaren? Ik heb de stap van een verzekeraar naar een pensioenfonds niet als enorm groot ervaren. Ik vond de stap van afdelingsdirecteur naar Raad van Bestuur wel groot. Het ging van leiding geven aan een team, naar leiding geven aan een geheel bedrijfsonderdeel. Ik was destijds 33 en dus nog relatief jong, maar ik had het geluk dat PGGM CEO Dick de Beus me onder zijn hoede nam. De main opdracht als CIO bij PGGM was het moderniseren van de beleggingsstrategie en en het creëren van meer inhouse management. We wilden groeien in portefeuilles met een link naar reele rendementen, zoals private equity, grondstoffen en inflatie gerelateerde producten. Als PGGM (pensioenfonds voor de zorg) werkten wij veel samen met ABP/APG (pensioenfonds voor de overheid). Het was een erg boeiende tijd, waarin ik heel veel ruimte kreeg om met mijn hele team te excelleren. Na acht jaar bij PGGM werd ik gevraagd om Jean Frijns op te volgen als CIO bij APG. Hier heb ik 5 jaar met heel veel plezier gewerkt, waarna ik werd gevraagd om de CEO van Robeco Groep te worden. Een rode draad in mijn carrière is dat de mensen om mij heen altijd heel erg belangrijk zijn geweest. Zo heb ik bij Robeco met Dick Verbeek een hele vakkundige en uitgesproken voorzitter van de Raad van Commissarissen naast mij gehad waar ik veel van geleerd heb. Een grote uitdaging in mijn carrière was de verkoop van Robeco door Rabobank aan Orix, een grote Japanse financiële dienstverlener. Voor mij was het heel belangrijk dat Robeco, zowel in het belang van de klanten als de medewerkers, als één bedrijf verkocht werd en er geen opsplitsing zou ontstaan. Dit is gelukkig ook gelukt. Robeco doet het nog altijd goed en is verder gegroeid, doordat ze een aantal goede beleggingsstrategieën hebben. Ze zijn niet verder gegroeid door fusies en overnames, wat initieel wel het voornemen was van Orix. Twee jaar na de verkoop heb ik Robeco verlaten. Ik ben toen CEO geworden van het Franse Edmond de Rothschild Asset Managment. Hoe was het om te werken voor een Franse Asset Manager? Het was heel anders werken dan bij Robeco, niet zozeer omdat Edmond de Rothschild Frans is, maar omdat het een familiebedrijf is dat zowel gericht is op het beheer van Frans institutioneel geld als het vermogen van rijke families. Het is een bekende naam wereldwijd, waardoor er veel onder een vergrootglas ligt. Mijn belangrijkste voornemen was om de beleggers van de bank van Edmond de Rothschild in Zwitserland veel meer te laten samenwerken met het hoofdkantoor in Parijs. Dit is uiteindelijk geïmplementeerd. Duurzaam beleggen wordt op dit moment een steeds belangrijkere factor in de investeringswereld. Hoe gingen jullie hier vroeger mee om? Is dit in lijn met hoe het nu is? Vanaf eind jaren ‘90 heb ik zowel bij PGGM als APG al ingezet op duurzaamheid en de eerste stappen gezet om duurzaamheid als criteria mee te nemen in beleggingsbeslissingen. Duurzaam beleggen wordt een steeds relevanter en bekender onderwerp. Eigenlijk zijn hier twee reden voor. De maatschappij wil dat er verantwoord met geld van de consument wordt omgegaan, maar duurzaamheidsfactoren hebben ook een grote invloed op de financials van een bedrijf. Zo kun je als bedrijf boetes krijgen voor uitstoot en haken klanten af bij gebruik van bijvoorbeeld kinderarbeid. Deze verandering brengt voor bedrijven ook kansen mee, zoals de nieuwe markt voor duurzame energie. In de praktijk zie je ook dat bestuurders zich steeds meer bezighouden met duurzaam ondernemen, zoals ook geschetst in de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties. Ik zelf denk dat de overheid een actievere rol zou kunnen en moeten spelen om het bedrijfsleven en de financiële sector nog verder te verduurzamen, bijvoorbeeld door het beprijzen van CO2-emissies. Op lange termijn verwacht ik dat er voor veel landen een verdienmodel gebaseerd op duurzaam ondernemen zal ontstaan. De coronapandemie heeft de manier van werken al ruim een jaar drastisch veranderd. Hoe ga je hiermee om? Het is prima te doen om vanuit huis te werken en de meeste bedrijven zijn er inmiddels goed op ingericht. Zelf werk ik normaal veel in het buitenland, dus ik bespaar nu veel reistijd. Ik kijk er echter ook weer naar uit om mensen te ontmoeten. Dit brengt energie, nieuwe ideeën en inzichten, waar je veel van kunt leren. Het videovergaderen is praktisch en dit zal ook zeker blijven, maar ik