For the English version, click here! Egbert Pronk is co-founder van BUX, Europa’s snelst groeiende neo-broker. Na 7 jaar de rol van CFO te vervullen, droeg hij onlangs het stokje over aan Mark Lamers, en bekleedt hij nu de functie CRO. In dit interview vertelt Egbert over zijn carrière pad, de switch van CFO naar CRO, en de groei van BUX en de uitdagingen die hierbij komen kijken. Wat/waar heeft u gestudeerd en waarom? Zijn er keuzes die je hebt gemaakt in je studententijd die grote impact hebben gehad op je carrière pad tot dusver? Na mijn middelbare school ben ik aan Nyenrode gaan studeren om een Bachelor in Business Administration (BBA) te volgen. De keuze om aan Nyenrode te gaan studeren kwam voornamelijk doordat ik vrij competitief ingesteld was, en ik benieuwd was of ik de toelatingstest zou halen. Dat is in principe een vrij aparte reden om die keuze te maken, maar dat speelde wel een rol. Daarnaast vond ik het leuk dat je intern zat, er veel sport was, en dat het praktijk gericht was. Ook stond het op dat moment goed aangeschreven. De BBA was erg breed met een groot aantal vakken waar je over veel onderwerpen een beetje leerde. Er was niet echt de mogelijkheid om je te verdiepen of specialiseren in bepaalde richtingen. Je had enkel een paar keuzevakken dus het is niet zozeer dat de keuzes die ik daar gemaakt heb een belangrijke impact gehad hebben op mijn carrière pad. Tijdens de BBA volgde ik International Monetary Economics, wat ik erg interessant vond. Dat zorgde er wel voor dat later, toen ik ging solliciteren, naar boven kwam dat een baan als market maker of handelaar op de optiebeurs wellicht iets was wat ik erg leuk zou vinden. Voorafgaand aan je rol als CFO van BUX, heb je o.a. ervaring opgedaan als handelaar, partner bij een market maker, en CFO bij een voedselproducent. Hoe ben je uiteindelijk bij BUX terecht gekomen en had je door deze werkervaringen de juiste skillset om de rol als CFO te vervullen, of heb je moeten groeien in deze rol? Ik ben na mijn studie begonnen bij een market maker op de optiebeurs in Amsterdam. In het begin gewoon als handelaar. Ik kreeg hier relatief snel de verantwoordelijkheid van het team erbij, waarna ik op een gegeven moment met twee collega’s het management van de vestiging in Amsterdam ben gaan doen. Daardoor kreeg ik dus snel managementervaring erbij, niet alleen op het gebied van mensen aansturen, maar ook op andere aspecten zoals HR en administratie. Later werd ik ook bestuurder, dus dan heb je ook formele verantwoordelijkheid, ook richting de toezichthouder. Wat dat betreft heb ik geluk gehad dat in het bedrijf waar ik ging werken op relatief jonge leeftijd de mogelijkheid ontstond en er rollen vrij kwamen. Later nadat we zijn overgenomen door Van der Moolen, werd het eigenlijk een veel grotere organisatie. Toen ben ik me meer gaan richten op het aansturen van teams, gericht op zowel de optie als de aandelenhandel. Na 16 jaar in de financiële wereld ben ik iets anders gaan doen toen de kans zich voordeed om een vriend met een bedrijf in de biologische voedselproductie te gaan helpen. Hij is voornamelijk heel creatief en goed in marketing en sales en ik zorgde daarbij dat de financiële administratie en contracten ook goed stonden. Ik vond het met name heel leuk om iets in een totaal andere business te doen. Na twee jaar ontstond er toch een kriebel om in de financiële wereld weer wat te doen. Een rode draad door mijn carrière is eigenlijk dat ik nooit voor corporate bedrijven gewerkt heb maar altijd voor bedrijven waarbij je het zelf moest doen. Waarbij er niet een bedrijf om je heen is waar van alles geregeld is. Bij BUX is dat hetzelfde gegaan. We zijn met z’n drieën begonnen, toen er zeg maar niks was, en nu hebben we 190 man in dienst. Heb ik moeten groeien in die rol? Ja ik heb heel veel bijgeleerd, maar dat is eigenlijk altijd zo. Vanzelfsprekend bij ondernemen is dat je er altijd dingen bij moet leren. Door de jaren heen groeit de organisatie en groei je dus mee. Wat je wel merkt is dat met het groeien van de organisatie, je op een gegeven moment tot de conclusie moet komen, dat je niet alles meer zelf kan doen. Daar heb je de tijd niet voor, maar ook specialistische kennis niet voor. Hoe ziet een gemiddelde dag als CFO van BUX eruit? Op dit moment ben ik mijn functie als CFO aan het overdragen en na de overdracht zal ik de functie Chief Risk Officer (CRO) gaan vervullen. Maar algemeen gezien bestaat een gemiddelde dag niet. Al kom je op een gegeven moment wel in een wekelijks ritme van terugkerende meetings terecht nu de organisatie zo gegroeid is. Op dit moment ligt er dus veel nadruk op de overdracht van taken aan de nieuwe CFO. Maar in het algemeen verschilt een gemiddelde dag ook per periode. Dus op het moment dat je aan het fundraisen bent, ben je wel 50 tot 60 procent van je week daarmee bezig. Op andere momenten zijn er weer andere onderwerpen die veel aandacht en tijd vragen. Maar het is heel divers. De switch van CFO naar CRO is niet echt een switch, maar meer een focus. Want als CFO was ik verantwoordelijk finance, HR, Legal, risk, en compliance. Door de groei van de organisatie, de werkdruk, en de snelheid waarop dingen moeten gebeuren kwamen we tot de conclusie om mensen aan te nemen op de rollen head of people (HR), en iemand op de CFO-rol die puur focust op finance en funding. Dat gaat Mark Lamers doen, die bij ABN Amro vandaan komt en veel ervaring heeft in financiële markten en ook registeraccountant is. In mijn nieuwe rol focus ik dus op de Legal, risk, en compliance, die hiervoor ook al onder mijn verantwoordelijkheden vielen. Wat zijn de risico’s binnen
Neo-brokers, meme-stocks, en de gamification van de aandelenhandel: wat zijn de risico’s voor beleggers?
For the English version, click here. Na de corona-pandemie lijkt Nederland het afgelopen jaar met een nieuwe pandemie te maken te hebben: Velen zijn tegenwoordig bezig met beleggen, en voornamelijk jongvolwassen zijn het afgelopen jaar aan het beleggen geslagen [1]. Waar komt deze populariteit vandaan? De groeiende populariteit van beleggen is te verklaren middels een aantal factoren. Allereerst natuurlijk de corona-pandemie, waardoor vele vakanties en trips gecanceld werden, en het geld wat normaal gesproken hieraan besteed werd ineens geen doel meer had. Nu men ineens met een overschot aan geld én tijd kwam te zitten, moest hiervoor een nieuw doel bepaald worden. Gezien de huidige spaarrente is het geld op je bankrekening zetten is geen optie, en de alsmaar voortdurende stijging op beurzen zoals de AEX maken beleggen hét alternatief waar wel rendement te behalen is . Naast deze macro-economische trends is de nieuwe influx van beleggers grotendeels te wijten aan de slimme manier waarop de populaire beleggingsapps een spel maken van beleggen. Deze gamification, zoals het genoemd wordt, is het toevoegen van spelletjes-achtige elementen in de interfaces van de apps. Voorbeelden hiervan zijn de (inmiddels verwijderde) confetti in de Robinhood app bij elke uitgevoerde trade, het veelvuldig gebruik van emoji’s in de user interface, en het belonen van gebruikers bij het uitvoeren van trades. Achter de gamification zit echter een financieel belang die beginnende beleggers niet altijd in zien. Neo-brokers zoals Robin Hood en Etoro adverteren met het revolutionaire commission-free trading. Waar in de tijd van volle beursvloeren beleggers bij het uitvoeren van een trade een commissie betaalde voor de uitvoering hiervan, beweren onder andere Robinhood dat aandelenhandel in hun app gratis is. Het is inderdaad waar dat deze handelsplatformen geen makelaars commissies hanteren, maar dat betekent niet dat de transacties helemaal gratis zijn. Wat beleggers veelal niet weten is dat het business model van amerikaanse neo-brokers gebaseerd is op ‘payment for order flow’, waarbij ze in wezen de rechten om transacties af te wikkelen aan market makers verkopen. Een market maker zorgt er voor dat er continu bied- en laatprijzen in een fonds, ETF of aandeel worden afgegeven door grote hoeveelheden aan te bieden of te willen kopen. Alhoewel market makers dus de liquiditeit van een aandeel bevorderen, verdienen ze aan het verschil tussen de bied en laatprijs en zijn ze niet verplicht om kopers de laagst mogelijke aandelenprijs te bieden of beleggers het meeste voor hun aandelen te geven. Voor beleggers betekent dit dat hij/zij dus geen transactiekosten betaald, maar meestal een hogere prijs betaald voor een aandeel dan de werkelijke waarde van het aandeel. Neo-brokers hanteren dus geen directe transactiekosten maar hebben er nog steeds belang bij dat er veel gehandeld wordt. Daarnaast zijn de ‘payment for order flow’ prijzen voor opties veel lucratiever in vergelijking met normale aandelen. Van de $180 miljoen die Robinhood verdiende in het tweede kwartaal van 2020 aan payment for order flow, kwam meer dan $111 miljoen uit de verkoop van opties [2]. Dit leidt tot een belangenconflict, aangezien Robinhood er financieel belang bij heeft haar beleggers in opties te laten handelen, wat meer risico’s teweeg brengt dan aandelenhandel, terwijl Robinhood’s gebruikersgroep voornamelijk bestaat uit onervaren beleggers. Meme-stocks Een fenomeen wat evenals de gamification van de aandelenmarkt het door (onervaren) beleggers genomen risico verhoogt, is de opkomst van ‘meme-stocks’. Hierbij proberen kleine beleggers institutionele beleggers dwars te zitten door de aandelen waarop institutionele beleggers een shortpositie hebben massaal in te kopen, waardoor de prijs stijgt in plaats van daalt. Dit fenomeen begon begin dit jaar met het aandeel Gamestop, toen gebruikers van de Reddit-pagina r/wallstreetbets aandelen van de noodlijdende GameStop-keten opgekochten, en de prijs exponentieel de hoogte in schoot, waardoor hedge-funds die een short-positie hadden op gamestop gedwongen werden zich terug te trekken, onder handelaren bekend staand als een “short squeeze”. Dit leidde tot een extreem volatiele koers waarna het Gamestop aandeel eind januari zo goed als volledig instortte toen institutionele beleggers hun short-beleggingen verlieten (door hun verlies te pakken). De afgelopen maanden bleef de prijs van een Gamestop aandeel hevig schommelen en in navolging van Gamestop ondervonden ook andere aandelen zoals AMC, Blackberry, en Wendy’s de meme-stock viraliteit en volatiele koersbewegingen. Zo is het aandeel van AMC 2,500% gestegen op year-to-date basis, en schommelt Blackberry sinds begin 2021 tussen de €8 en €25. Veelal volgen deze meme-stocks vergelijkbare koersbewegingen. In de early adopter fase geloven een klein aantal beleggers dat een bepaald aandeel ondergewaardeerd is of vermoeden ze dat hedge-funds short gaan op een bepaald aandeel en beginnen ze dit aandeel in grote hoeveelheden te kopen. Hierna stappen oplettende beleggers in die de toename van het volume opmerken waarna de prijs van het aandeel begint te stijgen. In de late fase moedigen gebruikers die het aandeel al gekocht hebben op online fora andere gebruikers aan ook het aandeel te kopen. De angst om iets te missen, ook wel FOMO (Fear of missing out) genoemd, neemt toe en steeds meer kleine beleggers doen mee waarnaar het aandeel ongekend hard stijgt. Meestal bereikt de hype en waardestijging na een aantal dagen de piek, en beginnen early adopters te cashen. Vergelijkbaar met de FOMO inkoopfase, ontstaat ook hier een kettingreactie omdat mensen bang zijn om geld te verliezen. Omdat de prijzen van meme-stocks grotendeels bepaald worden door het sentiment van het aandeel op social media forums, worden de pieken bijna altijd gevolgd door onvermijdelijke crashes (wanneer paniek ontstaat) die moeilijk te voorspellen zijn. Maar, als je vroeg genoeg kan instappen, en de piek weet te voorspellen aan de hand van social media gedrag is er een kans dat je een hoog rendement op je investering vindt. “De nieuwe generatie beleggers belegt dus fundamenteel anders dan traditionele beleggers.” Een website die inspeelt op het timen van de piek van meme-stocks en de daarop gebaseerde beleggingsstrategieën is memestocks.org [3], een website waarop bijgehouden wordt hoe vaak bepaalde stocks dagelijks vermeld worden in berichten op r/wallstreetbets. Hierbij wordt wel de disclaimer geplaatst dat gebruikers die deze gegevens gebruiken voor beleggingsdoeleinden toegeven dat zij “intellectueel tekort