Op verzoek van de auteur is dit artikel alleen beschikbaar in het Engels.
Gevolgen Brexit voor het Nederlandse bedrijfsleven en de jaarrekening
De uitgestelde deadline voor de Britten om uit de Europese Unie te treden is nu 31 oktober. Dan gaan de Britten de EU verlaten, maar er is nog veel onzeker. EU-president Donald Tusk heeft al meerdere malen aangeven dat over de deal die de EU met de Britten heeft gesloten niet kan worden heronderhandeld. Het blijft nog steeds onduidelijk of er nu een no-dealbrexit gaat komen of dat er toch nog een deal komt die wordt aanvaard door de Britten. Zolang de ze de EU nog niet officieel hebben verlaten is het ook nog steeds mogelijk dat ze helemaal niet vetrekken. Maar welke gevolgen heeft de Brexit voor het bedrijfsleven in Nederland? Historie Op 23 juni 2016 heeft een meerderheid van de Britten bij een raadgevend referendum aangegeven te willen vetrekken uit de Europese Unie. 29 maart 2019 zouden de Britten uiteindelijk uit de EU stappen, maar deze deadline is uitgesteld tot 31 oktober 2019. De Brexit heeft al twee conservatieve premiers de kop gekost. David Cameron had actie gevoerd voor het ‘remain-camp’ en na de uitslag van het referendum, stapte hij op. Theresa May was zijn opvolger en was ook voor het ‘remain-camp’, maar ze accepteerde de uitslag en ze herhaalde telkens ‘Brexit means Brexit’. Theresa May sloot een deal met de EU over uittreding, maar deze werd drie keer weggestemd in het Britse Lagerhuis. Hierop besloot ook zij op te stappen als premier en partijleider. Sinds 24 juli is Boris Johnson de nieuwe premier en partijleider van de conservatieve partij en hij staat bekend als een harde Brexiteer. Hij is vooral tegenstander van de harde grens tussen Noord-Ierland en Ierland die er volgens de EU moet komen. Boris Johnson pleit voor meer creatieve en flexibele oplossingen. In de conservatieve partij is nog altijd onenigheid over de manier waarop de Britten moeten vertrekken. Gevolgen Nederlandse bedrijfsleven Het is op dit moment nog niet bekend of de Britten de EU gaan verlaten met of zonder deal. Met een harde Brexit zal de transport & logistieke sector het hardst worden geraakt. Een wanordelijke Brexit betekent dat er weer grenscontroles gaan plaatsvinden en in plaats van twee of drie documenten hebben Nederlandse bedrijven zeven documenten nodig om te kunnen exporteren naar het Verenigd Koninkrijk (VK). Er kunnen weer lange rijen gaan ontstaan bij de grens en dit kan problemen opleveren voor just-in-time-leveranciers. ”Bij een no-dealbrexit zal de EU de tarieven handteren die zijn vastgesteld door de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en zullen de Britten hetzelfde doen.” Binnen de EU heffen de landen geen invoerheffingen op elkaars producten. Bij een no-dealbrexit zal de EU de tarieven handteren die zijn vastgesteld door de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en zullen de Britten hetzelfde doen. Ook kun je niet meer naar het Verenigd Koninkrijk reizen zonder paspoort. Er zullen ook fiscale gevolgen zijn voor Nederlands die in het Verenigd Koninkrijk woonachtig zijn en werken en in Nederland (deels) belastingplichtig zijn. De staatssecretaris van Financiën, Menno Snel, heeft al aangeven dat voor burgers en bedrijven en er een overgangsregeling zal worden ingesteld bij een no-dealbrexit. Dat betekent dat de belastingen worden behandeld alsof het Verenigd Koninkrijk de EU nog niet heeft verlaten. Invloed op jaarrekening Het uittreden van het Verenigd Koninkrijk heeft ook invloed op de jaarrekening van veel bedrijven. Dit zal bij veel bedrijven niet bovenaan het prioriteitenlijstje staan, maar het is wel belangrijk om hier rekening mee te houden. Een bedrijf moet in de jaarrekening toelichting over de aard en omvang van onzekerheden. Als het Verenigd Koninkrijk de EU verlaat zonder deal dan zal dit leiden tot extra onzekerheden. De toegenomen volatiliteit tussen de euro en de Britse pond zal bijvoorbeeld ook leiden tot hogere risico’s. Als een bedrijf handel drijft met het Verenigd Koninkrijk dan zal dit moeten worden toegelicht in de jaarrekening. Ook zal de Brexit ter sprake komen in het bestuursverslag. Nederlandse ondernemingen moeten ook alert zijn op bijzondere waardeverminderingen. Om te kunnen beoordelen of hier sprake van is moet de impairmenttest worden toegepast. Hierbij wordt de boekwaarde van een actief vergeleken met de realiseerbare waarde. Als de boekwaarde hoger is dan realiseerbare waarde leidt dit tot afboeking op de winst- en verliesrekening. Ten slotte is het voor bedrijven ook belangrijk om te kijken of er na balansdatum nog relevante ontwikkelingen voordoen wat betreft de Brexit. Het is misschien niet goed vast te stellen wat de feitelijke situatie per balansdatum is en daarom zullen de Brexit-ontwikkelingen na balansdatum moeten worden gevolgd. Als dit leidt tot aanvullende informatie over de feitelijke situatie per balansdatum dan zal dit moeten worden verwerkt in de jaarrekening.
In investing, it’s not about how much you make, but how much you don’t lose: a&f investments fourth quarter
In 2017 was de volatiliteit historisch laag, in 2018 is de volatiliteit wedergekeerd en sloten de markten door een slecht vierde kwartaal het jaar diep in de min af. A&F Investments hield nog steeds een grote cash-positie aan en deed het daarom relatief goed. Waar de westerse markten allemaal met een verlies van meer dan 10 procent eindigden, sloot A&F Investments het jaar af met een verlies van 5.79%. De desillusie van Trump’s presidentschap was onder andere een oorzaak van de slechte prestaties. Waar de markten in 2017 gepaaid waren door de (aangekondigde) belastingenverlagingen in de US, in 2018 zwakte de groei af en zorgde de handelsoorlog voor een mineur. Als kers op de mislukte taart kreeg Trump zijn zin niet, toen het congres zijn plannen voor de muur tussen Amerika en Mexico niet goedkeurde. De overheid ging eind 2018 dicht en dit bleek het begin van de langste shutdown in de Amerikaanse geschiedenis. Europa deed het niet beter. In Italië werd de begroting afgekeurd en het land kwam terecht in een recessie. De groei in heel Europa zwakte af. Ten slotte kwakkelde de Brexit zonder slagkracht door; het continent bereidt zich voor op een no deal-Brexit. Theresa May zit in een lastige positie met een verdeelde partij en onderhandelingen met de Europese Unie leverde voor haar niet op wat nodig was. Voor 29 maart moet een terugtrekkingsakkoord worden getekend, lukt dit niet, dan lopen de onzekerheden door tot 1 januari 2021. “We blijven wel op onze hoede en wachten af wat er in Amerika en Verenigd Koningrijk gaat gebeuren.” Als gevolg van deze gebeurtenissen hebben wij in het vierde kwartaal winst genomen op onze call-optie op Flow Traders. In ruil voor deze optie hebben wij een aantal Flow Traders aandelen gekocht, omdat wij positief zijn over de markt waarin zij opereren en omdat wij niet denken dat de volatiliteit al maximaal is geweest. Verder hebben wij aandelen Kion gekocht, om in te spelen op de grotere e-commerce markt, Kion automatiseert namelijk warenhuizen. Ten slotte hebben wij een positie in olie genomen, nadat olie ruim 40% in prijs zakte. Nu de correctie achter de rug lijkt, bereidt A&F Investments zich voor op een normaal beursjaar en verminderen wij onze cash-positie. We blijven wel op onze hoede en wachten af wat er in Amerika en Verenigd Koningrijk gaat gebeuren. Verder kijken we terug op een succesvol gastcollege van IBS Capital en verheugen wij ons op het gastcollege van Blacktrace. Ook de borrel was erg geslaagd en de groep draait weer op volle toeren!
Hoe staat het ervoor met de Brexit?
Over iets meer dan twee maanden verlaten onze eilandburen de Europese Unie. Tenminste, dat is de bedoeling. Hoe onze scheiding met de Britten eruit gaat zien, dat is een vraag die veel mensen al een lange tijd bezig houdt. Zelfs de vraag óf de Britten wel weggaan, is er een die weer vaker de kop op steekt. Op 29 maart van dit nieuwe jaar gaat het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie verlaten. Wordt dat met de staart tussen de benen, of met beide middelvingers hoog in de lucht? Op dit moment heeft de Britse premier Theresa May een deal weten te maken met de Europese leiders die wel iets wegheeft van een afscheid met de staart tussen de benen. Daar zijn veel parlementsleden, die liever met beide middelvingers opgestoken weggaan, dus niet al te blij mee. Wantrouwen Dat zorgde ervoor dat May de stemming in het parlement over de deal had uitgesteld. Dit tot woede van velen, die meteen haar positie ter discussie stelden. May overleefde deze aanval, maar de onrust blijft. Er kwamen geluiden dat de oppositie, onder leiding van Labour-leider Jeremy Corbyn, ook haar positie ter discussie moest stellen. Dat gebeurde ook, toen May bekend maakte dat de nieuwe stemming over haar deal pas in de derde week van januari zou zijn, erg laat dus. Veel mensen hadden verwacht dat Corbyn een motie van wantrouwen zou indienen tegen de regering, maar deed dit alleen tegen May. Dat betekende dat er geen stemming kwam en dat May het dus kon wegwuiven. Een blunder van Corbyn dus. No deal Nu de Brexit steeds dichterbij komt, worden twee opties – naast de deal die May al klaar heeft liggen – steeds realistischer. Het meest voor de hand liggende alternatief voor de deal van May is een Brexit zonder deal. Die Brexit heeft zware economische gevolgen, voor de Europese Unie maar nog veel meer voor de Britten. Voor deze optie heeft de Europese Unie alvast maatregelen genomen in de vorm van een noodplan. Mochten de Britten er niet uitkomen dan heeft de Europese Unie in ieder geval een plan met 14 belangrijke zaken die dan toch geregeld worden. Zo worden in het geval van een Brexit zonder deal de Britten die in de EU verblijven, ongeveer een miljoen mensen, dan nog steeds gezien als legale ingezetenen. En andersom natuurlijk ook. Verder mogen de Britten dan wat betreft vliegverkeer nog wel van Londen naar Berlijn vliegen. Alle vliegrechten in de EU zouden namelijk komen te vervallen voor de Britten bij een no deal. Het feit dat de Europese leiders dit plan hebben opgesteld, spreekt ook boekdelen over het vertrouwen dat zij erin hebben dat de Britten er nog uitkomen. Tweede referendum De laatste optie, die voor sommigen niet eens een optie is, is een tweede referendum. Ondanks dat het met de dag moeilijker wordt om dit te organiseren, wordt de roep om zo’n referendum ook met de dag sterker. Of het haalbaar is, is de vraag, aangezien er flink wat planning in een referendum gaat zitten. Maar wat nog veel belangrijker is – en ook de reden waarom sommigen het absoluut niet als een optie zien – is dat daarmee de uitslag van het eerste referendum genegeerd wordt. Niet alleen zou het tegen de democratische waarden ingaan, de legitimiteit van de uitslag van het tweede referendum kan dan ook in twijfel worden getrokken. Want waarom zouden ze die uitkomst niet ook negeren? De allerlaatste optie, waarmee het referendum ook wordt genegeerd, is de Brexit gewoon intrekken. Dat kan namelijk ook. De Britten hebben nog maar weinig opties over en de Brexit komt nu wel akelig dichtbij. Dit artikel verscheen eerder op De Geldpers
Nexit: Not a good idea!
Op 23 juni 2016 besloot een geringe meerderheid van 51,9 procent van de kiezers in het Verenigd Koninkrijk (VK) dat hun land uit de Europese Unie (EU) gaat treden. Ongeveer 33,6 miljoen burgers brachten hun stem uit, van de in totaal 46,5 miljoen personen die zich voor het referendum over het lidmaatschap van de EU hadden geregistreerd. Ten tijde van het referendum bestond het potentiële electoraat uit 51,4 miljoen burgers. Iets meer dan 17,4 miljoen mensen – 51,9 procent – stemden voor een ‘Brexit’, de ondertussen overbekende aanduiding voor het vertrek van het VK uit de EU. Het aantal mensen dat lid van de EU wilde blijven, bedroeg iets meer dan 16,1 miljoen. Dit komt neer op 48,1 procent. In totaal waren de stemmen van ongeveer 25.000 burgers blanco of ongeldig. Waarom is het nodig al deze aantallen te vermelden? Bovenstaande cijfers tonen aan dat deze cruciale beslissing is genomen door 33,9 procent van de potentiële kiezers, die dus voor het verlaten van de EU waren, terwijl 31,4 procent tegen deze dramatische stap heeft gestemd. Men moet er rekening mee houden dat 9,5 procent van de stemgerechtigde bevolking zich niet heeft ingeschreven, om de een of andere reden, terwijl 28,8 procent van de geregistreerde kiezers niet op kwam draven. Kortom, iets meer dan een derde van de stemgerechtigde bevolking heeft bepaald dat het VK uit de EU moet treden. In Londen, Noord-Ierland en Schotland wilde de meerderheid van de kiezers in de EU blijven, in Engeland – buiten Londen – wilden kiezers de EU verlaten. Dit wordt inderdaad nogal eens aangeduid als een ‘verdeeld koninkrijk’. Op korte termijn waren de gevolgen van de Brexit-beslissing beter dan de verwachtingen van vele experts. Voorspellingen met betrekking tot de economie lijken nauwelijks beter dan voorspellingen in de professionele sport. De jury beraadt zich nog steeds over de uitspraak of dit het gevolg is van de enorme mate van specialisatie in de academische wereld, van de zelfvoldaanheid die enkele experts kenmerkt, of van een combinatie van beide. Anders geformuleerd, sommige deskundigen missen een helikopter-view, anderen lijden aan zelfoverschatting, terwijl sommige experts beide kenmerken vertonen. Naar mijn mening is het Britse besluit om de EU te verlaten, niet erg verstandig, in ieder geval niet vanuit een middellange- en lange-termijn perspectief. Niemand hoeft echter de mening van een nogal obscure voetbaleconoom uit het zuiden van de Nederland serieus te nemen! In Nederland stellen twee partijen die momenteel vertegenwoordigd zijn in de Tweede Kamer een referendum over het EU-lidmaatschap voor. Ten eerste wil de Partij Voor de Vrijheid (PVV) de EU verlaten, en wel zo snel mogelijk. De PVV is een eenmanszaak, geleid door Geert Wilders (1963), een voormalige HAVO-scholier uit Venlo. Zijn standpunten over bijvoorbeeld bureaucratie en migratie staan in schril contrast met het huidige beleid en de praktijken van de EU. Het Forum voor Democratie (FvD) betoogt dat de EU onvermijdelijk de Bondsrepubliek Europa zal worden, met weinig of geen ruimte voor de natiestaten. De FvD is in wezen ook een eenmanszaak, geleid door Thierry Baudet (1983), die een aantal jaren geleden een proefschrift over de ‘aanval op de natie-staat’ schreef. De leider van de FvD beschouwt zich als de meest veelbelovende jonge intellectueel van het land, zich baserend op het aantal boeken dat hij al heeft geschreven. Baudet begon zijn maidenspeech in de Tweede Kamer van het Nederlandse parlement in het Latijn. Daarom is het een beetje verrassend dat hij vaak het beroemde ‘multum ……, non multa’ advies van Plinius Secundus (en van de moderne academische wereld, zoals hierboven aangeduid) negeert. Baudet, een politicus van het intellectuele type, en Wilders, een streetwise politicus, delen min of meer dezelfde mening over hetgeen ze vaak ‘Europa’ noemen. Zij zijn lid van verschillende generaties, terwijl hun argumenten soms heel verschillend zijn, vooral wat betreft de mate van verfijning. Andere politieke partijen in Nederland zijn vaak zeer kritisch over de huidige stand van zaken in de EU, maar ze streven niet naar een Nexit. Zou een Nexit goed zijn voor de Nederlandse economie? Sorry, maar nu moet ik me verontschuldigen. Het beantwoorden van deze vraag gaat namelijk ver boven mijn spreekwoordelijke pet. De bekende econoom Richard Baldwin heeft ooit betoogd dat een uitgebreide analyse van het verlaten van de eurozone (!) een grondige kennis vergt van macro-economie, internationale economie, het bankwezen in Europa, privaatrecht, Europese wetgeving en Europese politiek. Niet al te veel mensen hebben al deze competenties verzameld, en ik ben zeker niet een van hen. Is dit dan het einde van mijn bijdrage? Nee! In de rest van dit artikel zal ik proberen twee argumenten voor een duurzaam Nederlands lidmaatschap van de EU over het voetlicht te brengen. Daarbij zal ik ervan uitgaan dat het verlaten van de EU ook betekent dat de eurozone wordt verlaten. Is deze veronderstelling correct? Dat weet ik niet, maar ik heb u al gewaarschuwd, ik ben helemaal geen expert voor wat betreft het Europese recht. Het eerste argument is gebaseerd op het Nederlandse economische beleid in de afgelopen decennia. Laten we eerst het monetaire beleid eens beschouwen. Sommige commentatoren beweren dat we de zaken weer in eigen hand moeten nemen, in plaats van deze aan de Europese Centrale Bank (ECB) over te laten. Het koppelen van de voormalige Nederlandse gulden aan de (West-) Duitse Deutschemark heeft echter aanzienlijk bijgedragen aan prijsstabiliteit, maar ook aan de economische groei en de relatief lage werkloosheid, tussen het begin van de jaren tachtig en de invoering van de euro (1999). Anders gezegd, de Nederlandse centrale bank heeft meer dan drie decennia geleden de mogelijkheid al opgegeven om een zelfstandig monetair beleid te voeren. Dit is vrij gunstig gebleken voor onze economie. De euro brengt wellicht een aantal nadelen met zich mee, maar een munt die in de economische en politieke onrust van deze tijd op zichzelf is aangewezen, lijkt mij nogal riskant. Daarom is het moeilijk om lieden te begrijpen die voor een dergelijk beleid pleiten. Ten tweede is de Nederlandse economie het schoolvoorbeeld van een kleine open economie. De mate van openheid,
Trump, Brexit en de opkomst van populistische partijen: een gemeenschappelijke factor
Wanneer we terugkijken naar 2016, kunnen we het er alleen maar over eens zijn dat een aantal belangrijke gebeurtenissen anders heeft uitgepakt dan verwacht. In november 2016 brachten ongeveer 129 miljoen mensen in de Verenigde Staten hun stem uit voor de presidentsverkiezingen. Hoewel de meeste peilingen anders voorspeld hadden, werd de Republikeinse Donald Trump verkozen tot 45e president van de Verenigde Staten. Ongeveer vijf maanden eerder, in juni 2016, stemde het Verenigd Koninkrijk onverwachts voor de zogenaamde Brexit waarbij het Verenigd Koninkrijk zich zal terugtrekken uit de Europese Unie. Het is een gebeurtenis die de Europese Unie nog nooit heeft meegemaakt sinds de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap in 1958. De EU heeft geen ervaring met landen die uit de gemeenschap treden. Verder nam in 2016 in veel Europese landen de steun voor populistische partijen aanzienlijk toe. Rechts populistische partijen wisten hun steun uit te breiden in peilingen, zoals Alternative für Deutsland (Petry) in Duitsland, Front National (Le Pen) in Frankrijk en de Partij voor de Vrijheid (Wilders) in Nederland. Met de verkiezingen die in 2017 in deze drie landen zullen plaatsvinden of plaatsgevonden hebben, zal hun rol van groot belang zijn. Hoewel deze gebeurtenissen in eerste instantie niet aan elkaar gerelateerd lijken te zijn, is er een gemeenschappelijke factor te onderscheiden: globalisering. Globalisering De Amerikaanse keuze voor Trump, een stem tegen de Europese Unie en de toename in steun voor populistische partijen kan toegeschreven worden aan de groeiende ontevredenheid van velen die van mening zijn dat ze niet geprofiteerd hebben van de voortdurende toename in globalisering. Dit heeft vervolgens tot een grotere ongelijkheid gezorgd. Tot nu toe heeft deze stille meerderheid geen voordeel gehad van de alsmaar toenemende internationale handel – of niet in de mate waarin topinkomens ervan profiteerden. Sommigen hebben hun baan als gevolg van globalisering verloren of geen significante stijgingen in hun reële inkomens gezien. Deze groep wordt steeds duidelijker in haar standpunt en heeft derhalve besloten te stemmen tegen de gevestigde orde. “Diverse economische modellen voorspellen dat de inkomensongelijkheid in de westerse wereld zal stijgen.” Economische theorie Er zijn talrijke economische modellen ontworpen om de gevolgen van toenemende globalisering op belangrijke economische variabelen te omschrijven. De meest bekende modellen van de internationale handel voorspellen dat mensen met arbeidsintensieve, laaggeschoolde banen in de westerse wereld inderdaad negatieve gevolgen ervaren van de toenemende globalisering. Deze banen worden waarschijnlijk ‘off-shored’. Dit houdt in dat ze verplaatst worden naar opkomende landen waar lonen en productiekosten lager zijn. De laaggeschoolde arbeidskrachten in deze opkomende economieën of ontwikkelingslanden zullen profiteren van deze globalisering. In de westerse wereld zullen hooggeschoolde of kapitaalintensieve banen meestal voordeel halen uit meer handel. Kortom, diverse economische modellen voorspellen dat de inkomensongelijkheid in de westerse wereld zal stijgen. Empirie Onderzoek wijst uit dat de reële lonen van westerse laaggeschoolde werknemers inderdaad gedaald zijn. Bovendien zijn er in de afgelopen 50 jaar twee trends ontstaan die hand in hand gaan. Loonpolarisatie, hetgeen verwijst naar de geleidelijke toename van de lonen van laag- en hooggeschoolde werknemers ten koste van de midden categorie, heeft geleid tot een toename van de inkomensongelijkheid. Deze loonpolarisatie kan zijn oorsprong hebben in baanpolarisatie, hetgeen betekent dat vooral werknemers in de midden categorie en laaggeschoolde werknemers verliezen van internationale handel in termen van werkgelegenheid. De achterliggende redenering is dat consumenten interactieve werkzaamheden die uitgevoerd worden door laaggeschoolde werknemers, zoals knipbeurten en taxidiensten, niet gemakkelijk uitbesteed kunnen worden aan andere landen. Deze activiteiten zijn specifiek aan de locatie en kunnen niet verplaatst worden. Daarnaast kunnen routine taken die uitgevoerd worden door middelbare arbeiders makkelijker gesplitst worden en zijn ze daarom eerder onderhevig aan offshoring. Baanpolarisatie betekent dus dat laag- en hooggeschoolde banen aantrekkelijker worden waardoor hun lonen stijgen ten koste van de middenklasse. De olifant-grafiek De resultaten van Milanovic (2012), die de veranderingen in reële inkomsten tussen 1988 en 2008 berekende voor de wereldwijde inkomensverdeling (in 2005 internationale dollars), komen gedeeltelijk overeen met baan- en loonpolarisatie. De onderzochte periode is van bijzonder belang omdat deregulering en markthervormingen – en daarmee ook de globalisering – een grote rol speelde in deze tijd. Wanneer deze veranderingen weergegeven worden in een grafiek, ontstaat er de zogenaamde olifant-grafiek (Figuur 1). Het is een duidelijke visuele weergave van de winnaars en verliezers van globalisering. De grootste winsten van globalisering vloeien naar de middenklasse van de opkomende economieën. Grote delen van de bevolkingen uit China, India, Indonesië, Brazilië en Egypte bevinden zich rond dit mediane inkomen, waar stijgen tot 80% plaatsvinden. De top 1% van de wereldwijde inkomensverdeling, die uit de zeer rijke in de westerse wereld bestaat, heeft ook geen reden om te klagen aangezien hun inkomens met ongeveer 60% zijn gestegen. De onderste 30%, behalve de armste 5%, heeft ook aanzienlijke stijgingen in hun reële inkomens gezien. Dit kan het gevolg zijn van de grote daling in armoede die is bereikt in het kader van de millenniumdoelstellingen. Vanaf 1990 zijn in slechts twintig jaar ongeveer 1 miljard mensen uit pure armoede gehaald. Een reden dat de armste 5% geen stijging van inkomens heeft ervaren kan te maken hebben het met de bereikbaarheid van deze mensen. Het verstrekken van hulp aan hen zou onmogelijk of ineffectief zijn. Het meest relevante deel van de olifant-grafiek voor de interpretatie van waarom mensen voor Trump gestemd hebben, voor de Brexit en in grotere mate populistische partijen steunen, is het 75ste tot 90ste percentiel. Deze globale bovenklasse bestaat grotendeels uit mensen in rijke en voormalige communistische landen. Deze mensen hebben niet kunnen profiteren van de toename in globalisering, terwijl gedurende dezelfde periode een groot aantal mensen niet alleen, maar ook in belangrijke mate, geprofiteerd heeft van deze globalisering. Deze discrepantie heeft tot een toename van de inkomensongelijkheid in de westerse wereld geleid. Figuur 1. The ‘Olifant grafiek’: stijgingen in reële inkomens tussen 1988 en 2008 voor de wereldbevolking. Gini-coëfficiënt Een andere en veelgebruikte wijze om inkomensongelijkheid te meten, is de Gini-coëfficiënt. Dit cijfer geeft de mate waarin de inkomensverdeling binnen een economie afwijkt van een perfecte verdeling weer. Het varieert van nul, waar