For the English version, click here! Financiële vrijheid is iets waar we allemaal van dromen, maar wat slechts enkelen bereiken. De 4% regel is een redelijk bekende manier om te berekenen hoeveel geld benodigd is om niet meer te hoeven werken. Deze regel is vooral bekend dankzij een studie op het Trinity College. Dit artikel vertelt meer over wat de 4% regel inhoudt en hoe realistisch het is. De 4% regel werkt als volgt: wanneer 4% van een belegger zijn geïnvesteerde vermogen voldoende is om een jaar van te kunnen leven, is deze belegger volgens de 4% regel financieel onafhankelijk. Belangrijk om hierbij te vermelden is dat dit dus alleen betrekking heeft op het geïnvesteerde vermogen. Geld op de spaarrekening of in de spaarpot is niet relevant omdat dit onvoldoende rendement oplevert. Daarnaast worden ook alternatieve beleggingen buiten beschouwing gelaten. Aangezien dit allemaal erg theoretisch is, laat onderstaand voorbeeld zien hoe de 4% regel in de praktijk zou werken: Johan heeft een aandelenportefeuille van 1.000.000 euro. Als we hier 4% van nemen, komen we uit op 40.000 euro. Mochten de jaaruitgaven van Johan minder of gelijk zijn aan 40.000 euro, dan zou hij volgens de 4% regel dus financieel onafhankelijk zijn. Waarom wordt er gebruik gemaakt van 4%? Het is geen toeval dat dit percentage wordt gebruikt. Dit percentage is gebaseerd op basis van historische data van zowel de aandelen als de obligatiemarkt. Als graadmeter voor het rendement van aandelen is uitgegaan van de S&P 500. In de bovenstaande tabel, afkomstig uit een onderzoek op het Trinity College, is het slagingspercentage te zien per type portfolio en de bijbehorende ‘withdrawal rate’. Er wordt uitgegaan van historische data van 1926 tot 1995 [1]. Zoals in de tabel te zien is, is het slagingspercentage van een ‘withdrawal rate’ van 4% bijna overal 100, in tegenstelling tot dat van een ‘withdrawal rate’ van minimaal 5%. Een slagingspercentage van 100 houdt in dat, wanneer een belegger dus elk jaar 4% van zijn of haar belegde vermogen uit de markt haalt, deze belegger volledig kan stoppen met werken. Dit is wel op basis van historische data. Sinds de aandelenmarkt de laatste decennia relatief hard stijgt, met als hoogtepunt een rendement van ruim 28% in 2021, gaan er steeds meer geluiden rond dat het percentage omhoog moet gaan richting de 5 of zelf 6 procent. Echter lijkt dit een groot risico wanneer je kijkt naar het slagingspercentage. Bij een percentage hoger dan 4% loop je als belegger meer risico, zelfs bij een portefeuille dat volledig uit obligaties bestaat. Nadelen 4% regel Hoewel de 4% regel er op het eerste gezicht betrouwbaar uitziet, zijn er een aantal nadelen aan de regel. Ten eerste zijn resultaten uit het verleden natuurlijk nooit een garantie voor de toekomst. Hoewel de Amerikaanse S&P500 gemiddeld een rendement van ruim 10% per jaar neerzet sinds 1957, blijft het natuurlijk de vraag hoe deze trend zich ontwikkeld in de toekomst. Als we bijvoorbeeld kijken naar de koers in 2022, zien we dat de S&P500 met 20% gedaald is. Verder wordt vaak vergeten dat ook beleggers emoties hebben. Zo reageren beleggers vaak emotioneel op een daling van de koers, wat kan leiden tot overhaaste beslissingen zoals het onnodig verkopen van een bepaalde positie. Dit kan vervolgens resulteren in een tegenvallend rendement, waardoor de regel geen stand meer zou houden. Daarnaast worden factoren als belastingen en inflatie niet meegerekend in deze regel, waarvan vooral inflatie op termijn een probleem kan worden. Dit jaar staat de inflatie in de Verenigde Staten op ruim 8% en in Nederland zelfs op 11%. Mocht deze trend zich voortzetten, dan houdt de 4% regel niet lang meer stand. Conclusie Betekenen al deze nadelen dat de 4% regel de prullenbak in kan? Absoluut niet. Hoewel de regel aardig wat beperkingen heeft, is het een goede graadmeter om te berekenen hoeveel geld je nodig hebt wanneer je berekent hoe groot je vermogen moet zijn om met pensioen te gaan. Echter, wees je er van bewust dat ook deze regel niet waterdicht is en dat er altijd onverwachte gebeurtenissen kunnen plaatsvinden. In hoeverre de regel stand houdt zal in de toekomst moeten blijken.
Beleggen met DUO
For the English version, click here! Disclaimer: In dit artikel wordt een bepaalde beleggingsstrategie onderzocht. Het artikel en de berekeningen zijn met zorg uitgevoerd, maar wij kunnen de juistheid van berekeningen niet garanderen. Beleggen neemt risico’s met zich mee en dit artikel mag niet gezien worden als financieel advies van welke vorm dan ook. Iedereen die op of na 1 september 2015 is gaan studeren heeft er mee te maken gekregen: het leenstelsel. De basisbeurs werd afgeschaft. Niet getreurd, in plaats van een beurs konden studenten gaan lenen bij de overheid tegen een gunstig tarief. Bovendien zou deze lening later geen invloed hebben op je hypotheek. Per studiejaar 2023 wordt dit stelsel weer afgeschaft en keert de basisbeurs terug. In dit artikel onderzoek ik wat het oplevert om tijdens het leenstelsel maximaal te lenen en hetgeen wat je niet gebruikt te beleggen. In dit artikel kom je erachter of je van je schuld een bezit had kunnen maken (of op dit moment al gemaakt hebt). Het onderzoeksplan Als voorbeeld neem ik een student die 5 jaar studeert: van academisch jaar 2017/18 tot en met 2021/22. Deze student leent elke maand maximaal en belegt alles wat hij of zij overhoudt na het betalen van bijvoorbeeld huur, kleding en vrije tijd. Ik kijk wat de waarde van deze portefeuille van deze belegger op 1 mei 2022 op basis van het waardeverloop voor 3 verschillende beleggingsobjecten: de AEX, de S&P 500 en de Bitcoin. Tussen september 2017 en september 2022 kon een student gemiddeld maximaal 1059 euro per maand lenen. Uit onderzoek van het NIBUD blijkt dat in 2017 studenten gemiddeld 559 euro leenden, tegenover 526 euro in 2021. Dit betekent dat de gemiddelde student elke maand 543 euro leende en dus nog 516 euro per maand bij had kunnen lenen om te beleggen. In totaal 28.380 euro tussen september 2017 en mei 2022. Met behulp van RStudio en prijsinformatie van Yahoo Finance heb ik voor een drietal beleggingsobjecten een portfolio gesimuleerd. Het eerste object betreft de Nederlandse AEX index. AEX De AEX omvat de 25 bedrijven met de hoogste marktkapitalisatie die in Amsterdam verhandeld worden en is de bekendste beurs van Nederland. Onderstaande grafiek geeft het verloop weer van de AEX bij een inleg van €516 per maand. In alle berekeningen is ervan uit gegaan dat alle dividenden geherinvesteerd worden. In deze index is de uiteindelijke waarde van je portefeuille €34.252. Oftewel een winst van €5.872 op je inleg. Een leuk bedrag, maar je kunt je afvragen dit het waard is als je de maximale studieschuld en de gevolgen hiervan voor het krijgen van een hypotheek in overweging neemt. “De S&P 500 deed het tussen 2018 en 2022 een stuk beter dan de AEX.” S&P 500 Je kunt er ook voor kiezen te beleggen op de Amerikaanse beurzen. De meest bekende is de S&P 500, die de waarde van de 500 grootste bedrijven verhandeld op Amerikaanse beurzen weerspiegeld. Om de investering in deze index vergelijkbaar te maken met die in de AEX en om problemen door het omreken van euro naar dollar te voorkomen, bereken ik de waarde van de portefeuille door te kijken naar de returns van een ETF die de in euro’s verhandeld wordt en alle dividenden herinvesteert. Benieuwd naar wat een ETF precies is? Wout legt het uit in dit artikel! De S&P 500 deed het tussen 2018 en 2022 een stuk beter dan de AEX. De eindwaarde van een investering van €516 euro per maand in deze index is namelijk €42.724. Een winst van €14.344 op de totale inleg. Bitcoin Tot slot wil ik nog kijken naar een strategie voor de belegger met stalen zenuwen en een hoge risicotolerantie: €516 per maand beleggen in Bitcoin. Onderstaand zie je het waardeverloop van deze strategie. Zoals je ziet is het waardeverloop van deze strategie zeer volatiel. De uiteindelijke waarde is €124.808, een winst van €96.428. Kanttekening is de grote onzekerheid die hierbij hoort. Zoals te zien in de grafiek verloor deze portefeuille in het tweede kwartaal van 2021 bijna de helft van zijn waarde. Het is op dat soort momenten lastig het hoofd koel te houden en vast te houden aan de voorgenomen strategie. Conclusie Onderstaand zie je alle 3 de strategieën in 1 grafiek, waardoor de verschillen in waardeverloop tussen de verschillende strategieën zichtbaar worden. Hier wordt nog eens duidelijk hoe stabiel het waardeverloop van de AEX en S&P 500 is vergeleken met de Bitcoin. Uiteindelijk zijn alle strategieën winstgevend, maar heb je wel een totale studieschuld opgebouwd van €58.245 per mei 2022. Bij een investering in Bitcoin is het duidelijk dat je een goede investering hebt gemaakt, waarbij je beloond wordt voor het risico dat je hebt genomen. Voor de S&P 500 en AEX geldt dat je een leuk bedrag kunt verdienen, maar zou het zomaar kunnen zijn dat, omdat je studieschuld wél mee gaat tellen voor je hypotheek, je beter af bent met een lagere studieschuld. Ik laat het aan de lezer over deze afweging te maken.
Bitcoin: een nieuwe indekking tegen inflatie
For the English version, click here Introductie Bitcoin is de laatste jaren in een stroomversnelling geraakt doordat de technologie steeds meer wordt geaccepteerd en begrepen door het publiek. In het jaar 2021 is er veel gebeurd: Bitcoin bereikte een nieuwe all-time high van ongeveer $69.000, financiële instellingen en miljardairs begonnen meer Bitcoin te accumuleren, de eerste Bitcoin ETF werd gelanceerd, Coinbase had zijn IPO, en het eerste land (El Salvador) maakte Bitcoin zijn wettig betaalmiddel. Er is een breed scala aan onderwerpen om over te praten als het gaat om Bitcoin en cryptocurrency in het algemeen, maar dit artikel richt zich op hoe Bitcoin zich indekt tegen de voortdurende inflatie van fiatvaluta’s en wat Bitcoin zijn waarde geeft. Huidig gecentraliseerd financieel systeem Als eerste ga ik in op de huidige financiële systemen. Fiat valuta, zoals de Amerikaanse dollar en de euro, hebben een onbeperkte voorraad en zullen blijven worden gedrukt door de Federal Reserve en de Europese Centrale Bank. Alleen al in 2020 ging de voorraad Amerikaanse dollars van $15.504 miljard naar $19.330 miljard, wat een verbijsterende stijging is van 24,7% in één jaar. Voor de euro ging de geldvoorraad van €13,003 miljard naar €14,480 miljard, een stijging van 11,4%. Door het overmatig drukken van geld door de Federal Reserve en de Europese Centrale Bank is de koopkracht van de Amerikaanse dollar en de euro aanzienlijk gedaald, zoals hieronder is te zien. “De inflatie in de VS steeg in 2021 met 6,8%, het hoogste cijfer sinds 1982, en in de eurozone steeg de inflatie tot een record van 4,9%.” Dit gecentraliseerde systeem van het naar believen drukken van fiatvaluta heeft ervoor gezorgd dat de inflatie in de loop der tijd voortdurend is gestegen. De inflatie in de VS steeg in 2021 met 6,8% [5], het hoogste cijfer sinds 1982, en in de eurozone steeg de inflatie tot een record van 4,9% [6]. Deze inflatie heeft niet alleen geleid tot een daling van de koopkracht, maar ook tot een aanzienlijke vergroting van de welvaartsongelijkheid. De centrale banken hebben wereldwijd miljarden dollars in de economieën gepompt, waarbij het grootste deel van de stimulans in de financiële markten werd geïnvesteerd, waardoor de bovenklasse alleen maar rijker werd. De middenklasse heeft hier ook van geprofiteerd, maar niet op hetzelfde niveau als de bovenklasse, omdat zij nog steeds een groter deel van hun geld moeten besteden aan sparen en uitgeven. De lagere klasse kreeg echter niet de kans om van deze investeringen te profiteren, aangezien zij het geld nodig had om te overleven en niet in staat was om een deel van haar inkomen op de financiële markten te beleggen. Daarom hebben de boven- en middenklasse hun rijkdom beschermd tegen inflatie, maar werd de koopkracht van de onderklasse uitgehold. Hoe kunnen we ons verzetten tegen dit gecentraliseerde systeem van inflatoire fiatvaluta’s die je koopkracht doen afnemen en een grotere kloof in inkomensgelijkheid veroorzaken? Dit is waar Bitcoin om de hoek komt kijken. Bitcoin Na de financiële crisis in 2008 is het vertrouwen van de mensen in de banken en de centrale autoriteiten van het financiële systeem sterk afgenomen [9]. In plaats van te klagen over het systeem, ondernam Satoshi Nakamoto actie en schreef hij het Bitcoin-witboek in 2008 en lanceerde hij Bitcoin op 3 januari 2009. Satoshi Nakamoto schreef ook een krantenkop uit de financiële crisis in de originele Bitcoin-code toen belastinggeld werd gebruikt voor een tweede reddingsoperatie voor banken: dit maakte de intentie van Satoshi Nakamoto nog duidelijker. Bitcoin is een digitale munt die in 2009 werd gelanceerd door de anonieme Satoshi Nakamoto met als doel een nieuw elektronisch geldsysteem te creëren dat volledig gedecentraliseerd is zonder de noodzaak van een centrale autoriteit. [11] Een Bitcoin-transactie kan worden gedaan door Bitcoin over te brengen van het ene openbare adres naar het andere. Bitcoin registreert zijn transacties in chronologische volgorde op de blockchain, een digitaal grootboek dat verdeeld wordt over een peer-to-peer netwerk van computers, nodes genaamd. Alle nodes hebben dezelfde complete kopie van de blockchain en voegen vanaf het begin gemijnde blokken toe. “Dit proces heet Bitcoin mining en maakt gebruik van het proof-of-work consensusmechanisme, waarbij miners proberen een uniek 64-cijferig hexadecimaal getal te vinden dat een hash wordt genoemd door middel van trial and error.” Elk blok op de blockchain bevat de laatste transacties die worden gegroepeerd, gevalideerd en dan toegevoegd aan de blockchain. Dit proces heet Bitcoin mining en maakt gebruik van het proof-of-work consensusmechanisme, waarbij miners proberen een uniek 64-cijferig hexadecimaal getal te vinden dat een hash wordt genoemd door middel van trial and error. De eerste mijnwerker die het hash-nummer correct raadt, heeft toestemming om het volgende blok te delven. Zij ontvangen dan de blokbeloning, die bestaat uit de bloksubsidie (momenteel 6,25 BTC) en de netwerkkosten. De bloksubsidie is de nieuwe Bitcoin die in omloop wordt gebracht en is een stimulans voor mijnwerkers om door te gaan met het beveiligen en onderhouden van het Bitcoin-netwerk. De bloksubsidie per succesvol gemijnd blok deelt zich elke 210.000 blokken door 2, wat de Bitcoin halveringsgebeurtenis wordt genoemd. Het begon bij 50 BTC en er zal ongeveer elke 4 jaar een halvering plaatsvinden, aangezien het gemiddeld 10 minuten duurt om een blok te delven. Dit komt omdat: 60/10 = 6 blokken per uur, 24 x 6 = 144 blokken per dag, 365 x 144 = 52.560 blokken per jaar, dus 4 x 52.560 = 210.240 in ongeveer vier jaar. In totaal zullen er 32 halvingen zijn en de laatste Bitcoin die gedolven wordt zal ongeveer in het jaar 2140 zijn, wanneer de totale hoeveelheid Bitcoin in omloop zijn maximum van 21.000.000 bereikt. Hoe weten we dat dit algoritme waar is? Het is hard gecodeerd in de openbare Bitcoin-broncode, zoals hieronder te zien is. De volgende vergelijking vat het hierboven beschreven deflatoire monetaire beleid van Bitcoin samen. De halvering van de bloksubsidie is gelijk aan de halvering van het inflatiepercentage van Bitcoin, waardoor het op den duur schaarser wordt om Bitcoin