Verdiep je beleggingskennis door je aan te sluiten bij A&F Investments: Een Beleggingsgroep voor Gedreven Finance-Studenten.
“Balans tussen Winst en Waarden: Dela’s Verantwoorde Beleggingsfilosofie”, interview met Frank Eizinga – CIO bij Dela
Dela -de uitvaartverzekeraar en -verzorger- heeft een unieke benadering als het gaat om beleggen. In plaats van puur winstgedreven beslissingen, richt Dela zich op het creëren van waarde voor haar leden en het maken van duurzame, verantwoorde keuzes. In dit interview deelt Frank Eizinga, Chief Investment Officer, zijn inzichten over hoe Dela’s sociale missie de beleggingsstrategie beïnvloedt. Van het kiezen van asset managers tot het vinden van de balans tussen rendement en duurzaamheid en alles daar tussen, gedreven door nieuwsgierigheid. Het resultaat is een boeiende blik op hoe beleggen niet alleen gaat over cijfers, maar ook over waarden en visie op de lange termijn. “Van werktuigbouwkunde naar beleggen: een onverwachte weg” Frank Eizinga vertelt dat zijn professionele loopbaan begon in een andere richting dan waar hij uiteindelijk is beland. “Ik heb werktuigbouwkunde gestudeerd, eigenlijk totaal iets anders,” begint hij. “Maar tijdens mijn studie begon ik steeds meer geïnteresseerd te raken in statistiek en in de financiële markten. Opties trokken me enorm aan; ik begon zelf boeken te lezen, ging handelen, en dacht op een gegeven moment: hier wil ik toch meer van weten. Een omweg via een CFA, en nu zijn we hier.” Deze interesse in opties, een relatief onbekend terrein destijds, bracht hem in de wereld van beleggen. Hij startte als marketmaker. “Dat was een enorme stap, maar wel een die goed voelde, omdat ik mezelf uitdaagde in iets wat ik echt interessant vond.” Frank werkte later bij Simon Cohen en Petercam, waar hij zich bezighield met vermogensbeheer -voor vermogende particulieren- en leerde om te gaan met lange termijn beleggingen in grotere portefeuilles. Uiteindelijk vond hij zijn plek bij Dela in 2011. “Ik begon hier als portfolio manager, verantwoordelijk voor aandelen en obligatiemandaten. Sinds 2014 heb ik de verantwoordelijkheid over de gehele portefeuille. Het mooie aan Dela is dat het niet alleen om geld verdienen gaat; we hebben een sociale missie.” Deze sociale inslag van het bedrijf sprak hem direct aan. Dela’s oorsprong gaat terug naar de jaren 30, toen een groep mensen uit Eindhoven geld inzamelde om waardige uitvaarten mogelijk te maken voor mensen die dat zelf niet konden betalen. “Die cultuur is blijven bestaan. We zijn een coöperatie, geen beursgenoteerd bedrijf, en de winst vloeit terug naar onze leden, niet naar externe aandeelhouders. Dat geeft een ander gevoel aan het werk dat we doen.” “Bij Dela draait het niet alleen om rendement” Wat Dela volgens hem echt anders maakt, is de missie gedreven aanpak. “Bij Dela draait het niet om zo veel mogelijk winst voor aandeelhouders. De mensen die bij ons een verzekering hebben afgesloten, zijn de eigenaren van het bedrijf want het is een coöperatie. Wij werken voor hen, en dat brengt een andere verantwoordelijkheid met zich mee.” Hij legt uit dat de winst uit beleggingen direct terugvloeit naar de poliswaarde van de leden. “Hoe meer rendement wij behalen, hoe lager de premies uiteindelijk kunnen zijn voor onze leden. Dat is ons doel.” Frank benadrukt dat dit unieke model invloed heeft op de cultuur binnen Dela. “Er werken bij Dela zo’n 2500 mensen, waarvan het grootste deel in uitvaartcentra en crematoria. Wij zijn een kleine vermogensbeheerafdeling binnen een groot bedrijf dat vooral gericht is op maatschappelijke impact. Daardoor voelen wij ons soms wel een beetje de vreemde eend in de bijt. Ons team van tien personen -een klein groepje- is wél meer resultaat gedreven. Dat moet ook: een portfolio van 9 miljard betekent bijna een miljard de man dat geïnvesteerd dient te worden.” Het feit dat Dela niet afhankelijk is van externe investeerders geeft hen ook een zekere vrijheid. “Het is geen beursgenoteerd bedrijf, en dat geeft rust. We kunnen keuzes maken die misschien op korte termijn niet direct rendement opleveren, maar die wel bijdragen aan de lange termijndoelen van het bedrijf en onze leden.” Top-down: 80% van het rendement wordt gegenereerd uit de allocatiebeslissingen Dela hanteert een een bepaalde structuur voor de beleggingen, waarbij duidelijke richtlijnen en processen gevolgd worden. “Onze beleggingskeuzes beginnen altijd top-down,” legt Frank uit. “Eerst heb je de allocatie; daar bepalen we hoeveel we beleggen in de hoofdcategoriën zoals aandelen en obligaties. Het tweede niveau gaat daar dieper op in: binnen die categorieën, binnen welke regio’s investeren we, en in welke sectoren? Een voorbeeld: beleggen we in winkels, woningen of een andere sector?” Frank vervolgt: “Het laatste niveau is de selectie zelf; welk pand of aandeel beleggen we dan in? Die laatste stap, dat is heel bewerkelijk. Omdat Dela wereldwijd belegt, wordt een groot deel van de selectie uitbesteed aan gespecialiseerde partijen.” “Ik kan niet zelf overal in thuis zijn; dat zou betekenen dat ik een team van honderden mensen nodig zou hebben. Dus wij richten ons op de grote lijnen en besteden de detailselectie uit. Tachtig procent van het risico-rendement vloeit uit de allocatiebeslissingen.” Die andere 20 procent is in de essentie stockpicking, en besteedt Dela uit aan externe partijen die daar een team van specialisten op kunnen zetten. “Onze aanpak bij het selecteren van asset managers” Het kiezen van assetmanagers -die vervolgens de individuele investeringen uitkiezen- gaat volgens een gedetailleerd process. Dela volgt een strikt gestructureerde beleggingsmethodiek die wordt omschreven volgens de ‘acht P’s’. Frank begint zijn verhaal lachend: “Het waren ooit vijf P’s, maar het zijn er inmiddels acht. Die acht criteria geven richting aan de selectie en het beheer van Dela’s portefeuille.” Parent: “Je begint bij het bedrijf zelf, de ‘parent’. Wat voor soort bedrijf is het, en hoe is de cultuur? Sommige bedrijven sluiten we direct uit omdat hun cultuur niet past bij die van ons.” Philosophy: “De filosofie moet passen bij onze manier van denken over beleggen. Als wij in een bepaalde markt geloven in een fundamenteel bottom-up benadering, dan past een manager die alleen een top-down macro-strategie hanteert niet bij ons.” Process: “Het proces zelf is ook belangrijk. Hoe werkt het proces in de praktijk? Soms beweert een partij een bottom-up benadering te hebben, maar uiteindelijk blijkt dat ze vooral top-down werken.” Portfolio: De volgende stap is het analyseren van de portefeuille. “Dit
Interview Bob Homan – CIO ING
For the English version, click here. ING is een multinationale bank- en financiële dienstverlener met hoofdkantoor in Amsterdam, Nederland. Het biedt een breed scala aan diensten, waaronder retail- en commercieel bankieren, vermogensbeheer en verzekeringen. ING staat bekend om zijn innovatieve digitale bankoplossingen en is actief in tal van landen in Europa, Amerika en Azië. Het bedrijf legt de nadruk op duurzaamheid en klantgerichte diensten en heeft een sterke aanwezigheid in de wereldwijde financiële sector. Welke studie heeft u gedaan en waarom? Ik heb economie gestudeerd in Amsterdam, waarmee ik in 1992 klaar was. Ik ben daarna een jaar in het leger geweest, want dat was toen nog verplicht. Daarna ben ik in de beleggingswereld beland. Dat was echt bij toeval, want ik had eerst nauwelijks interesse in beleggen. Ook was de arbeidsmarkt vrij zwak na militaire dienst, maar uiteindelijk ben ik via een uitzendbureau terecht gekomen bij de Postbank. In deze tijd werd beleggen voor particulieren net populair. In deze periode was de aandelenemissie van KPN; particuliere beleggers kregen toen nog 2,5 gulden korting op het aandeel ten opzichte van institutionele partijen, een populaire keus voor particuliere beleggers. Vanaf dat moment gingen particuliere beleggers massaal beleggen. Ik vond dat werk en die materie gelijk heel leuk en ben er geleidelijk in verder gegaan. Toen ben ik bij een vermogensbeheerder gaan werken, om echt te leren waar je op moet letten. Vervolgens heb ik 9 jaar bij Westland Utrecht gewerkt, een dochteronderneming van ING. Het werk was in principe hetzelfde als hier bij ING: beleggen met het geld van de klanten. Ik was toen ook manager van een afdeling; zo had ik een aantal commerciële teams onder me. En toen ben ik, intussen 16 jaar geleden, overgestapt naar ING. Ik ben daar beland dankzij de stichting van het effectenbewaarbedrijf van Westland Utrecht. Ik zat in dat bestuur en daar zat ook een ING’er in. Hij gaf aan iemand te zoeken voor een nieuwe afdeling. Zo ben ik daar terecht gekomen en dat doe ik nu 16 jaar. De financiële inhoud met een klein beetje managen vind ik de meest interessante combinatie. Wat doet een CIO bij ING? Ik vind het best moeilijk om precies te vertellen wat ik op een dag doe, maar over het algemeen ziet het er als volgt uit: vergaderingen, bepalen van ons beleggingsbeleid en uitwisselen van transacties. Ook zit ik in een aantal commissies die gaan over de globale asset allocatie (aandelen vs obligaties), specifieke sectoren, en een ander over obligaties. Eens in de maand komt dat samen in een commissie waarvan ik de voorzitter ben en hier worden de besluiten genomen. Besluiten als: ‘’we gaan nu meer in IT-aandelen’’. Dus ik bemoei me erg met het hele beleggingsproces, maar ook met de coördinatie met België en Luxemburg, waarmee we in een afdeling zitten. We hebben met de Benelux een gezamenlijke asset allocatie, dezelfde instrumenten (dezelfde aandelen en obligaties waar we uit plukken), maar we hebben wel andere portefeuilles en andere beheerders. Dat vind ik heel goed, want dan heb je onderling ook concurrentie en ten tweede zorgt het er ook voor dat het verantwoordelijkheidsgevoel, veel groter is. We hebben nu het beleggingsbeleid van ING gecentraliseerd tot 1 afdeling. Wat dat betreft is communicatie heel belangrijk. Wij doen elke ochtend een meeting met de afdeling waarbij alle private bankers in Nederland en het Nederlandstalige deel van België kunnen inbellen. Dan discussiëren we alle economische ontwikkelingen (inflatiecijfers en dergelijken). Met de analisten bespreken we de cijfers van de bedrijven die we in ons portefeuille hebben zitten. En we bespreken of we aan de hand van deze cijfers een positie moeten behouden of juist verkopen. Hoe werken die commissies in de Benelux samen? We hebben er bewust voor gekozen dat de commissies redelijk neutraal zijn qua landen. We hebben in Nederland 33 mensen, België kleine 20 en in Luxemburg maar 5. Het valt mij vaak op dat Nederlanders de grootste mond hebben. Dat merk je daar ook. Het goede van Nederlanders qua beleggen, is dat wij beslissingen durven te maken. In sommige andere landen hebben mensen altijd wel goede ideeën, ‘’maar het kan wel altijd misgaan’’ zegt men dan. Ja, het kan altijd misgaan, maar dat hoort bij beleggen. Maar je moet wel een beslissing durven maken en ervoor gaan. Toen we gingen fuseren, zei ik dat ik het graag wilde gaan leiden. Niemand uit België of Luxemburg had daar bezwaar tegen. Ook omdat ze daar toch dat directe karakter missen. Wat voor mentaliteit is nodig om bij ING te werken? Je hebt eigenwijze karakters nodig die echt een mening hebben over zaken, maar tegelijkertijd moet je wel flexibel kunnen zijn. Dus eigenwijs maar toch formeren naar de groep. Ik heb bijvoorbeeld soms een voorkeur voor een bepaalde aanpak, maar als er niemand het met mij eens is, dan houdt het uiteindelijk op en ga ik het idee niet in mijn eentje doordrukken. Je moet heel eigenwijs kunnen zijn, maar toch kunnen confirmeren als er een beslissing is genomen en dat duidelijk communiceren. Welke vaardigheden/waarden zijn belangrijk als CIO bij ING? Ik doe dit al best lang, wat mij verbaast is dat er weinig mensen zijn die aan mijn stoelpoten zagen. We doen hier ook aan ‘’succession-planning’’, en voor mijn rol is er eigenlijk niemand. Dat is voor mij best lekker. Voor mijn rol als belegger is het belangrijk om inhoudelijk te zijn en goed om te kunnen gaan met onzekerheden. In tegenstelling tot andere producten van een bank zoals hypotheken, wat volledig rationeel meetbaar en volkomen duidelijk is, neem je als belegger beslissingen die onzeker zijn en waarvan de uitkomst ook onzeker is. Dat vinden veel mensen moeilijk, mensen die dat wel goed kunnen hebben vaak weinig management skills. Dus er is weinig concurrentie op het vlak beleggers die het leuk vinden om te kunnen managen. Een andere pijler is dat je communicatief sterk moet zijn en dat je goed moet kunnen uitleggen aan de mensen om je heen. Of dat nou klanten, medewerkers of media zijn maakt
AI en beleggen: een gouden combinatie of een groot drama?
Disclaimer: Dit artikel heeft enkel als doel om te amuseren en kan niet gebruikt worden voor financieel advies. Artificial Intelligence is een begrip die de afgelopen jaren flink wat opmars heeft gemaakt en heeft in zijn prille bestaan al een grote impact op de maatschappij. Waar het ook een flinke impact op heeft, is de financiële sector, en vooral op beleggen. In welke mate verandert Artificial Intelligence het beleggen? Voordelen Allereerst zorgt AI ervoor dat er meer geautomatiseerd kan worden. Dit werkt via het zogenaamde kwantitatieve handelen (quantitative trading). Hierbij worden algoritmes gecreëerd waarbij markt inefficiëntie wordt opgezocht om hiervan te kunnen profiteren. Dit gebeurt met hoge snelheid waardoor in korte tijd veel rendement gerealiseerd kan worden. Momenteel maken vooral hedgefonds hier gebruik van. Het gebruik van AI door hedgefondsen is dan ook de afgelopen jaren geëxplodeerd. Volgens een studie van Barclay Hedge Fund gebruikt meer dan de helft van alle Hedge fondsen Artificial Intelligence om meer rendement te behalen. Echter behalen deze hedge fondsen niet direct meer rendement. De reden hiervoor is dat het lastig is om uitkomsten van deze algoritmes te interpreteren. Hiervoor zijn speciaal opgeleide werknemers nodig waar momenteel nog een tekort aan is. Ook particuliere beleggers kunnen gebruikmaken van AI. Zo worden websites als ChatGPT gebruikt voor beleggingsadvies (Investing News Network, 2023). Ten tweede maakt Artificial Intelligence het mogelijk om makkelijker en sneller grote datasets te analyseren. Hierdoor worden goede beleggingsmogelijkheden sneller geïdentificeerd waardoor er meer rendement behaalt kan worden. Ook maakt Artificial Intelligence het makkelijker om risico’s te analyseren. Bedrijven als Deloitte hebben hier speciale programma’s voor ontwikkeld. Vervolgens kan fraude makkelijker gesignaleerd worden dankzij de komst van Artificial Intelligence. Op deze manier blijft beleggen eerlijker en kunnen beleggingsplatformen hun integriteit makkelijker garanderen. Als er bijvoorbeeld ineens bijzonder grote transacties worden gedaan naar een bankrekening of wanneer er naar verhouding onwijs veel beleggers short gaan in een beperkte periode, identificeert het AI model dit als potentiële fraude. Vervolgens stuurt het model een melding naar het beleggingsplatform en wordt er actie ondernomen. Risico’s Er zijn veel mensen die zich zorgen maken over de invloed van AI, zo ook bekende beleggers waaronder Warren Buffett. Hij is niet optimistisch over de toekomst van de technologie en noemt het een gevaar voor de maatschappij. Hij vergelijkt het zelfs met de atoombom. Ondanks zijn zorgen belegt hij wel indirect in AI. Maar liefst 47% van Berkshire Hathaway bestaat uit Apple aandelen, en dat terwijl Apple agressief investeert in het bouwen van producten die werken met Artificial Intelligence. Daarnaast bezit het voor $1B aan Amazon aandelen (minder dan 1% van de portefeuille). Warren Buffett ziet dus geen toekomst in de technologie, maar wel in de bedrijven die de technologie actief implementeren; wat op zijn minst merkwaardig te noemen is. Een ander nadeel is dat de technologie juist ingezet kan worden om te frauderen. De technologie kan identiteitsfraude veroorzaken met als gevolgd dat beleggers gehackt worden. Daarnaast kunnen aandelenmarkten gemanipuleerd worden. Algoritmes die worden gecreëerd door een AI model bevatten dusdanig veel verschillende mogelijkheden en functies die traditionele algoritmes niet hebben, waardoor het makkelijker markten kan manipuleren. Om dit te voorkomen moeten financiële autoriteiten streng toezicht houden (Ligon, 2023). Een ander risico is dat Artificial Intelligence voornamelijk rekening houdt met behaalde rendementen uit het verleden. Deze zijn geen garantie voor de toekomst en kunnen daarom alleen als hulpmiddel gebruikt worden. Verder kan AI leiden tot discriminatie. Hoewel dit wellicht geen directe relatie heeft met beleggen, is het wel een probleem dat extra aandacht verdient. Het invoeren van de technologie kan ervoor dat bepaalde mensen of bedrijven uitgesloten worden, wat resulteert in discriminatie. Daarom is het belangrijk om niet blind te vertrouwen op Artificial Intelligence en het slechts als hulpmiddel te gebruiken. Conclusie De komst van Artificial Intelligence brengt veel consequenties met zich mee; niet alleen voor de maatschappij maar ook voor de financiële wereld. Het brengt veel voordelen met zich mee, zo kunnen grote datasets makkelijker geanalyseerd worden, waardoor mogelijkheden sneller geïdentificeerd worden. Dit zou moeten zorgen voor een hoger rendement. Helaas heeft deze nieuwe technologie ook nadelen. Zo kan Artificial Intelligence leiden tot fraude en kan het worden ingezet om de markt te manipuleren. Verder moet er voor gezorgd worden dat het niet leidt tot discriminatie. Om ervoor te zorgen dat deze nadelen niet plaatsvinden moet er streng toezicht gehouden worden door financiële autoriteiten. Als dit gebeurt, heeft de nieuwe technologie zeker een toekomst in de wereld van beleggen. Verder moeten particuliere beleggers nooit zomaar financieel advies opvolgen van een AI chatbox als ChatGPT. Bronnen: Barclay Hedge (2018), Majority of Hedge Fund Pros Use AI. Retrieved from https://www.barclayhedge.com/insider/majority-of-hedge-fund-pros-use-ai-machine-learning-in-investment-strategies Investing News Network (2023), How will AI impact investing. Retrieved from https://investingnews.com/impact-ai-on-investing/ Ligon, M (2023), Forbes. Retrieved from https://www.forbes.com/sites/forbesbusinesscouncil/2023/07/17/how-artificial-intelligence-is-revolutionizing-stock-investing/
Het ontstaan van de AEX
For the English version, click here. De AEX index wordt als de belangrijkste graadmeter gezien van de Nederlandse economie. In veel kranten wordt dagelijks verteld wat de stand van deze index is. Maar wat is de AEX index eigenlijk en waar bestaat deze uit? Heeft deze index wel effect op de Nederlandse economie? In dit artikel wordt dit uitgelegd. Oprichting Op 4 maart 1983 werd de European Options Exchange (EOE) opgericht. Deze naam komt eruit voort dat deze index is ontstaan om de optiehandel in Nederland te stimuleren. Het idee voor de handel in opties was overgewaaid vanuit Amerika. In dit land bestonden de bekende Dow Jones en S&P500 al een tijdje. In Nederland wilde men ook op deze manier in een index van hun eigen land kunnen handelen. De index werd opgericht met daarin 13 bedrijven. In 1990 werd dit aantal uitgebreid naar 25 en in 1994 werd de naam veranderd naar het nu bekende AEX. Een paar bekende bedrijven die vanaf het begin in deze index zaten zijn onder andere Ahold, Unilever, Shell en Heineken. Buiten de AEX zijn er ook Nederlandse indices voor middelgrote en kleinere beursgenoteerde bedrijven. Deze heten de AMX en AsCX. Deze indices bestaan beide ook uit 25 bedrijven. Hoe is de AEX opgebouwd De Amsterdam Exchange Index (AEX) is opgebouwd uit de aandelen van de 25 grootste en meest liquide beursgenoteerde ondernemingen aan de Nederlandse beurs. Deze bedrijven worden geselecteerd op basis van marktwaarde en liquiditeit. De AEX-index wordt berekend op basis van de marktwaarde van de vrij verhandelbare aandelen van deze bedrijven. De kenmerken van de opbouw van de AEX-index zijn onder andere: Selectie van Ondernemingen: De selectie van ondernemingen die in de AEX worden opgenomen, wordt uitgevoerd door Euronext Amsterdam, de exploitant van de Nederlandse beurs. Deze selectie is gebaseerd op de marktwaarde van de vrij verhandelbare aandelen van de bedrijven. De 25 grootste bedrijven op basis van marktwaarde worden geselecteerd. Weging: Elk bedrijf dat in de AEX wordt opgenomen, draagt bij aan de weging van de index op basis van de marktwaarde van zijn vrij verhandelbare aandelen. Grotere bedrijven hebben daarom een grotere invloed op de prestaties van de index. Aanpassingen: De samenstelling van de AEX-index kan periodiek worden herzien. Bedrijven kunnen worden toegevoegd of verwijderd op basis van veranderingen in marktwaarde, liquiditeit en andere factoren. Basisniveau: De AEX-index wordt berekend op een basisniveau van 100 punten. Dit betekent dat de waarde van de index op de oprichtingsdatum (4 maart 1983) op 100 punten werd vastgesteld, en alle latere waardeschommelingen worden ten opzichte van deze basiswaarde gemeten. Diversificatie: De AEX-index is ontworpen om een brede dwarsdoorsnede van de Nederlandse beurs te vertegenwoordigen. De geselecteerde bedrijven komen uit verschillende sectoren, waaronder financiën, technologie, consumentengoederen, energie en gezondheidszorg. Huidige bedrijven in AEX Tegenwoordig bestaat de index uit de bedrijven die in de tabel hiernaast staan weergegeven. De marktkapitalisatie laat de weging van de aandelen zien. Hieruit kan opgemaakt worden dat ASML, Shell en Unilever de grootste weging hebben binnen de index. De enige Nederlandse bedrijven die nog in de index zaten toen deze in 1984 werd opgericht zijn: Ahold, ABN Amro, Shell, Heineken , NN en Unilever. Over de jaren is de index aanzienlijk veranderd. Zo is de sector technologie steeds prominenter geworden met bedrijven zoals Adyen en ASML De index is ook steeds minder Nederlands geworden. Om aan de index toegevoegd te worden is namelijk alleen een notering aan de Nederlandse Beurs nodig en een marktkapitalisatie die groot genoeg is. Hierdoor zijn in de afgelopen jaren onder andere het Amerikaanse UMG en Italiaanse Exor aan de index toegevoegd. Bedrijven die nog steeds als echt Nederlands gezien worden zijn ook steeds minder Nederlands dan ze vroeger waren. Door de groei van de bedrijven komt namelijk steeds meer van hun omzet uit het buitenland. Het is dus de vraag of de AEX nog steeds als de Nederlandse beursgraadmeter gezien kan worden. Rendement AEX index De AEX index heeft in de loop der jaren verschillende hoogte- en dieptepunten gekend, waarbij significante economische gebeurtenissen, zoals de dotcom-bubbel rond het jaar 2000 en de financiële crisis van 2008, grote invloed hebben gehad op de prestaties van de index. Na deze crashes ging de index wel weer geleidelijk omhoog. Het slechtste jaar van de AEX was 2008. Het rendement was in dit jaar -52,32%. Daartegenover staat wel een rendement van 51,12% in het beste jaar (1988). Geannualiseerd is het rendement van de AEX sinds oprichting 7,05%. Over de afgelopen 5 jaar was dit 5,81%. Dit zijn de rendementen per eind september 2023. Onderstaande grafiek toont het koersverloop van de index sinds 1994. Binnen de AEX voegt ASML het meeste rendement toe aan de index. Dit komt door de relatief grote weging van het bedrijf en de grote positieve koersbeweging die het in de afgelopen jaren zag. Dat de AEX over zijn historie goed gepresteerd heeft, hoeft niet meteen te betekenen dat deze index een goede investering is. De index belegt namelijk maar in 25 bedrijven en heeft dus weinig spreiding. Ook zit de index geconcentreerd in een paar specifieke sectoren. Voor de trotse Nederlandse belegger is de AEX nog steeds een index waarin belegt kan worden met menig van oudsher Nederlandse bedrijven. De bedrijven zijn alleen wel minder Nederlands dan ze vroeger geweest zijn. Bronnen AEX-INDEX | NL0000000107 | Euronext Exchange Live Quotes. (z.d.). https://live.euronext.com/en/product/indices/NL0000000107-XAMS/market-information Axento Vermogensbeheer. (z.d.). Historische ontwikkeling van de AEX. Axento. https://axento.nl/beleggen/waarin/aex/historische-ontwikkeling-van-de-aex/#:~:text=Het%20ontstaan%20van%20de%20AEX,opties%20was%20overgewaaid%20uit%20Amerika. Blekemolen, J. (2023, 19 september). AEX Index: Betekenis, geschiedenis en samenstelling uitgelegd. Online broker LYNX. https://www.lynx.nl/beurs/beurs-koersen/beursinfo/beurs-nieuws-tips/aex-index-samenstelling-weging-aandelen/ Geurtjens, J. (2023, 14 augustus). Gemiddeld rendement AEX op basis van historische data. Finansjaal. https://finansjaal.nl/gemiddeld-rendement-aex/ Snurer, I. (2020, 13 maart). 30 jaar AEX. Beleggers Belangen. https://www.beleggersbelangen.nl/2013/01/02/30-jaar-aex/ Thomas. (2023, 14 april). De grootste 25 AEX bedrijven, welke zijn dit? – Beleggingsinstituut. Beleggingsinstituut. https://www.beleggingsinstituut.nl/beleggers-kennisbank/aex-bedrijven/ VEB – Beursfondsen niet trots op Nederlands. (z.d.). VEB. https://www.veb.net/artikel/01446/beursfondsen-niet-trots-op-nederlands
Beleggen in kunst, is het de moeite waard?
For the English version, click here. Is kunst eigenlijk wel een aanzienlijke beleggingscategorie? In 2020 bedroeg de totale waarde van wereldwijde kunstveilingen $50 miljard, waarbij de veilingsector 42% bijdroeg ($21 miljard) en de resterende 58% ($29 miljard) werd afgehandeld door handelaren en galerieën. Met name de digitale verkoop was goed voor ongeveer 12,5 miljard dollar, wat neerkomt op ongeveer een vierde van de totale waarde van kunstveilingen. De kunstmarkt is dus niet klein, maar is het een waardevolle beleggingscategorie om in te investeren? Dit artikel geeft basisinformatie over de kunstmarkt om te proberen deze vraag te beantwoorden. Waarom beleggen in kunst? Hoe bereken je het rendement van kunstwerken? De kunstmarkt is een illiquide markt, dit verwijst naar een markt waar er een beperkt aantal kopers en verkopers is, waardoor het moeilijk is om activa te kopen of te verkopen zonder de prijs ervan aanzienlijk te beïnvloeden. Daarom worden kunstprestaties meestal gemeten met twee methoden: de herhaalde verkoopmethode (RSM) en de hedonische regressiemethode (HRM). De RSM houdt de prijzen bij van kunstwerken die meerdere keren zijn verkocht, waardoor de prijsstijging in de loop van de tijd kan worden berekend. De HRM daarentegen analyseert de kenmerken van kunstwerken en hun bijbehorende prijzen om de waarde van specifieke kenmerken te schatten. Diversificatie en portefeuilleversterking De Sharpe-ratio meet het voor risico gecorrigeerde rendement van een belegging (na aftrek van een risicovrije rente zoals Amerikaans schatkistpapier) gedeeld door de standaardafwijking van het rendement, die de volatiliteit van de waarde van de portefeuille in de loop van de tijd weergeeft. Een hogere Sharpe-ratio wijst op een beter voor risico gecorrigeerd rendement, terwijl een lagere ratio wijst op een slechtere prestatie. Een ratio boven de 1 wordt over het algemeen als goed beschouwd, maar moet worden vergeleken met vergelijkbare beleggingen voor een zinvolle beoordeling. Bij het evalueren van de beleggingsprestaties van kunst in vergelijking met andere beleggingscategorieën zoals goud, aandelen en obligaties met behulp van de Sharpe-ratio (rendement/risico), is het duidelijk dat schilderijen lagere Sharpe-ratio’s hebben dan goud, aandelen en obligaties. Ze presteren echter beter dan grondstoffen en onroerend goed in termen van risicogecorrigeerd rendement. Daarom kan het opnemen van beleggingen in schilderijen als gunstig worden beschouwd voor het samenstellen van een optimale beleggingsportefeuille. Het opnemen van kunst in een gediversifieerde portefeuille kan voordelig zijn vanwege de negatieve correlatie tussen kunstrendementen en die van aandelen en obligaties. Deze negatieve correlatie houdt in dat kunstprijzen de neiging hebben om in de tegenovergestelde richting te bewegen van de prijzen van aandelen en obligaties, wat een potentiële afdekking biedt tegen marktvolatiliteit. Een voorgestelde allocatie voor een optimale, voor risico gecorrigeerde portefeuille bestaat uit 50% Dow Jones bedrijfsobligaties, 25% S&P500 aandelen, 15% goud en 10% kunst. Deze allocatie heeft als doel het risico in evenwicht te brengen en het potentiële rendement te maximaliseren door te diversifiëren over verschillende activaklassen. Potentieel voor vermogensgroei Volgens de bevindingen in ‘The Price of Art and the Art of Pricing’ hebben schilderijen en tekeningen een jaarlijks reëel rendement van 2,5% na inflatiecorrectie. Wanneer transactiekosten buiten beschouwing worden gelaten, bedraagt het nominale rendement 6,25%. Opvallend is dat hogere rendementen worden waargenomen aan de bovenkant van de prijsverdeling (duurdere schilderijen genereren doorgaans hogere rendementen). Belangrijkste drijfveren en risico’s van kunstbeleggingen Drivers van het rendement van kunstwerken Invloed van kleur In het artikel “Colors, Emotions, and the Auction Value of Paintings” (EER, 2022) werden experimenten uitgevoerd met zowel veld- als veilinggegevens om de invloed van kleuren op de prijzen van schilderijen te onderzoeken. In het onderzoek werden 12.906 kunstwerken geanalyseerd die tussen 1994 en 2017 werden verkocht, waarbij de nadruk lag op 5.482 niet-figuratieve abstracte schilderijen van 66 kunstenaars om vervuilingseffecten te minimaliseren. Uit het onderzoek bleek dat een toename van één standaarddeviatie in het percentage blauwe en rode tinten overeenkwam met premies van respectievelijk 10,6% en 4,20% in veilingprijzen. Laboratoriumexperimenten met studenten uit China, Nederland en de Verenigde Staten bevestigden dat blauwe en rode kleuren hogere biedingen en sterkere aankoopintenties opleverden, waarbij blauwe schilderijen een premie van 18,6% opleverden en rode schilderijen een premie van 17,3%. Plezier bleek de dominante emotionele respons te zijn, waardoor zowel de biedingen als de aankoopintenties in alle drie de culturele contexten toenamen. In het algemeen concludeerde het onderzoek dat kleureigenschappen de prijs van schilderijen significant beïnvloeden, voornamelijk door hun vermogen om specifieke emoties op te roepen, en dit effect is consistent in verschillende culturen. Geslacht Vrouwelijke kunstenaars hebben de neiging om hun kunstwerken met een korting te verkopen in vergelijking met mannelijke kunstenaars, en dit kan worden toegeschreven aan prijsvooroordelen die geworteld zijn in de gendercultuur. Uit de analyse van een dataset van 1,9 miljoen veilingtransacties in 49 landen blijkt dat schilderijen van vrouwelijke kunstenaars met een onvoorwaardelijke korting van 42,1% worden verkocht. De genderkorting wordt beïnvloed door de genderongelijkheid in een land, wat aangeeft dat culturen met een grotere gendergelijkheid minder korting vertonen. Zelfs wanneer gecontroleerd wordt voor vaste effecten van kunstenaars, zoals de VN-index voor genderongelijkheid en arbeidsparticipatie, blijft de korting significant. De studie bevat ook twee experimenten om de kwestie verder te onderzoeken. In het eerste experiment werd deelnemers gevraagd het geslacht van de kunstenaar te raden door naar schilderijen te kijken, maar de resultaten toonden aan dat correct raden niet beter was dan willekeurig toeval. Het tweede experiment richtte zich op het effect van waargenomen geslacht op de waardering van deelnemers voor kunstwerken. De bevindingen suggereren dat deelnemers die meer lijken op typische deelnemers aan kunstveilingen kunst van vrouwen 6% minder waarderen. Deze analyses en experimenten werpen licht op de prijsverschillen tussen mannen en vrouwen op de kunstmarkt. De dood van een meester Het overlijden van een meester-kunstenaar heeft een positieve invloed op prijzen, opbrengsten en omzet in de kunstmarkt. De dood van een kunstenaar betekent een negatieve schok voor hun toekomstige productie, wat resulteert in een permanente daling van hun artistieke productie. Vergelijkbaar met de bevindingen van Hong et al. (2006), waar een toename van de float de omzet en prijs verlaagt, leidt de vroegtijdige dood van een kunstenaar tot een toename van zowel de prijs